Een geruchtmakende bundel heb ik voor u die gebaseerd is op gesprekken met een hooggeplaatste, spraakmakende, recht voor z’n raap orerende, slim opererende man uit ons koninklijk huis. Het gaat om het 192 bladzijden tellende De Bernhard – interviews van Pieter Broertjes en Jan Tromp en van Elsevier Boeken met de ondertitel ’12 in Elsevier verschenen gesprekken met het idool van martiaal en behoudend Nederland’. Op de omslag ziet u de hoofdpersoon in de ogen, in burger met anjer en kooshond. De typeringen in de subtitel ‘martiaal’ en ‘behoudend’ komen goed uit de verf in de gesprekken die de Volkskrant -medewerkers Broertjes en Tromp met de echtgenoot van koningin Juliana mochten hebben. Van ‘Waar nieuwe kansen liggen, dient een onderneming die aan te grijpen’ – over zakendoen met Zuid-Amerika en emigreren naar Brazilië en Argentinië (1953) tot ‘Diep in me zit een mannetje dat zegt: mij krijgen ze niet’ – over zijn wonderbaarlijke herstel en de toegift op het leven (1995). In het recente verleden mocht ik bij u introduceren de boeiende en brisante literaire non-fictie boeken Bernhard – Een verborgen geschiedenis van Annejet van der Zijl (2010) en Niets was wat het leek van Gerard Aalders (2014). De titels van deze prinselijke werken suggereren al meteen dat de auteurs onder het tapijt geschoven items uit het leven van de toenmalige prins-gemaal willen oprakelen. In de Inleiding van Aalders komen Broertjes en Tromp ook aan de orde. Ik citeer:
‘Curieus genoeg lieten twee Volkskrant -journalisten, Pieter Broertjes en Jan Tromp, zich zo’n veertig jaar later op dezelfde wijze door de prins inpakken en gebruiken. Precies zoals hij dat bij Alden Hatch en Loe de Jongh had gedaan. Hun interview Bernhard spreekt verscheen een paar weken na het overlijden van de prins in december 2004. Net als bij Hatch kan men zich afvragen hoe het mogelijk is dat een man die zo evident de waarheid verdraaide en feiten wegmoffelde daarmee ongestraft kon wegkomen. Hebben de beide heren van de Volkskrant dan niets gecheckt? Nee. Dat vonden ze niet nodig. Bernhard wilde gewoon zijn verhaal vertellen en dat was voor het duo voldoende om alle objectiviteit over boord te zetten. Bij RTL Nieuws verklaarden ze dat het ze het niet belangrijk vonden of Bernhard altijd wel de waarheid had gesproken. De gesprekken op zich waren uniek omdat de prins, zoals Broertjes het letterlijk zei, ‘schoon schip wilde maken’. Dat de prins op zijn eigen wijze ‘schoon schip’ wilde maken en daarbij de waarheid geregeld naar zijn hand zetten lijkt de beide journalisten volkomen te zijn ontgaan.’ Ik stel u voor dat wij hier de komende weken een tocht door het dozijn prinselijke gesprekken maken om te traceren of Aalders niet te hard is in zijn kritiek op de twee vertrouwelingen van prins Bernhard. Om dit een context te geven geef ik u de tekst van de omslag van De Bernhard - interviews en geef ik u ook integraal het artikel uit de Volkskrant van 15 december 2004. Het leven van prins Bernhard ligt in het verleden, door De Bernhard - interviews gaat dat verleden weer leven!
De uitgever: ‘Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004) liet zich niet opsluiten in zijn officiële functies. Hij was een charmeur en, zo gaf hij zelf toe, een prins met temperament. De Bernhard-interviews bevat twaalf in Elsevier verschenen gesprekken uit de periode 1953 tot 1995. In een tijdspanne van vier decennia vertelde Bernhard Elsevier over zijn jeugd, zijn liefde voor de jacht, de opvoeding van zijn dochters, nazi-Duitsland, politieke keerpunten en de band met zijn vrouw Juliana. De prins deinsde niet terug voor heikele kwesties en nam zelden een blad voor de mond. Met een inleiding van Pieter Broertjes, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, die Bernhard in diens laatste jaren vele malen vertrouwelijk sprak en deze gesprekken na Bernhards dood publiceerde. 'Als ik werkelijk lid van de NSDAP was geweest, geloof maar dat Hitler dat dan met duivels plezier tegen mij zou hebben uitgespeeld!', 'Een staatsiebezoek is niets anders dan één grote lange verkleedpartij, eindeloos handen schudden en eindeloos eten', 'Voor mijn verjaardag vraag ik een trainingspak. O ja, en twee grote hengels'.
Het artikel: ‘Bernhard heeft volgens wijlen premier Gerbrandy (hij was dat gedurende de Tweede Wereldoorlog) een 'misleidende uiteenzetting' gegeven over publicaties inzake Greet Hofmans in Duitse media, waarin hij destijds zelf de hand bleek te hebben. De notities van Gerbrandy zijn gisteren door het Nationaal Archief openbaar gemaakt. De onderzoekscommissie-Beel blijkt al in 1956 te hebben geweten dat Bernhard de bron van de artikelen was, maar zag uiteindelijk af van aanbevelingen om de prins aan banden te leggen. Koningin Juliana daarentegen moest haar banden met de gebedsgenezeres verbreken en vijf Hofmans-adepten uit haar hofhouding ontslaan. Gerbrandy noemt in zijn notitie de prins 'egoïstisch' en 'verwend' en vindt de titel 'Held van het Nederlandse verzet' zeer overdreven'. In een groot interview dat de Volkskrant gisteren publiceerde, onthult Bernhard dat hij niet één, maar twee buitenechtelijke kinderen heeft: Alexia, 37 jaar, in Frankrijk en Alicia, bijna 50 jaar, in Amerika. De twee halfzussen van koningin Beatrix en de prinsessen Irene, Margriet en Christina zullen delen in de erfenis van de prins, heeft deze laten weten. Volgens de prins laten Juliana en hij samen 150 tot 200 miljoen euro na voor hun kinderen. Het interview, gepubliceerd in de bijlage Bernhard spreekt, is gebaseerd op negen gesprekken die de Volkskrant-redacteuren Pieter Broertjes en Jan Tromp tussen januari 2001 en april 2004 met de prins hebben gevoerd. De prins heeft de weergave van die gesprekken geautoriseerd. De publicatie is in het diepste geheim voorbereid. Het interview komt ook voor de koningin, het kabinet en de Rijksvoorlichtingsdienst als een volslagen verrassing. In de krant geeft de prins nog een keer zijn visie op alle kwesties die zijn leven hebben beroerd. Hij zegt: ‘Als het beeld is dat ik zo nu en dan een deugniet was, dan gun ik dat de mensen. Maar ik zou het erg vinden als ze denken: hij deugde niet.’
De prins vertelt dat hij Alexia een paar keer per jaar ontmoette en Alicia soms. Bernhard bracht Juliana jaren na hun geboorte van hun bestaan op de hoogte. Juliana aanvaardde hen volgens Bernhard volkomen. Voor het eerst klapt de prins ook uit de school over de Greet Hofmansaffaire. De geboorte van Alicia brengt de prins rechtstreeks met die affaire in verband. De gebedsgenezeres Hofmans had een enorme invloed op Juliana. Zo geloofde de koningin op haar gezag dat de prins geld van haar stal. Bernhard: ‘Dat heeft iets kapot gemaakt. Dat heb ik haar verteld. Ik heb gezegd: dat is de verklaring waarom ik deze dochter heb.’ Overigens heeft Juliana altijd ontkend dat zij de beschuldiging van Hofmans geloofde. Uiteindelijk moest Hofmans van de regering het veld ruimen. Bernhard kwam als grote overwinnaar uit dit conflict te voorschijn. Maar het duurde tot in de jaren zeventig voor zijn relatie met Juliana weer op orde was. Bernhard ontkent dat hij eropuit was Juliana van de troon te stoten ten gunste van zijn dochter Beatrix. Uit vrijgegeven archiefstukken van de rechterhand van minister-president Drees, secretaris-generaal C. Fock, blijkt dat in zijn kabinet stemmen opgingen om Juliana te dwingen tot troonsafstand, haar de ouderlijke macht te ontzeggen of ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Volgens Fock heeft premier Drees, 'die onverstoorbaar was', het koningshuis gered. In het Volkskrant - interview passeren ook andere zaken de revue, zoals de Lockheed-affaire. Maar daarover vertelt de prins geen nieuws. Hij ontkent ooit een cent Lockheed-geld te hebben ontvangen. Voor een deel is het verdeeld onder vrienden, voor het overgrote deel is het zoek. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) heeft het geld in elk geval niet ontvangen, zoals de bedoeling was van de prins. Bernhard blijft ontkennen zichzelf als lid van de NSDAP te hebben aangemeld.’
De komende weken gaan wij met elkaar hier ter plekke een literaire trip maken door een naar vorm en inhoud reusachtig werk. Het gaat om de 768 bladzijden tellende documentaire roman Pieter Daens van Louis Paul Boon en De Arbeiderspers. Met als ondertitels ‘Of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht’ en ‘Geïllustreerd met tweeëndertig reprodukties naar tekeningen, foto's en documenten’. Met als thema over de sociale en politieke strijd van de arbeiders in het fabrieksstadje Aalst ten tijde van de broers Adolf en Pieter Daens. In mijn Utrechtse studiejaren maakte ik mij tijdens de colleges moderne letterkunde van professor Sötemann sterk voor literaire werken die ingebed waren in het gepasseerde verleden. En dan bij voorkeur zo dat de beschreven motieven zo dicht mogelijk schuurden langs de zich voorgedane werkelijkheid. De feiten mochten wel vervat zijn in een verzonnen kader maar ik wilde ook de historie op heterdaad betrappen. Historische romans gingen er bij in zolang het beeld van het verleden manifest werd. Als specimen van mijn voorliefde wees ik mijn medestudenten en mijn leraar op het vuistdikke Pieter Daens van Louis Paul Boon. Om mijn woorden te onderstrepen legde ik aan hen voor passages uit de zes delen ‘De cijskiezers’, ‘Meervoudig stemrecht’, ‘Voor algemeen stemrecht’, ‘Voor recht en vrijheid’, ‘Onze doden’ en ‘Naderend onweer’. Uit vier titels is u duidelijk dat de Vlaamse auteur zich gegrepen wist door sociale en politieke items van toen. Om u te preparen door onze literaire excursie geef ik integraal de tekst van Wikipedia.
Maar eerst de tekst van de uitgeverij op haar site: ‘Aan het einde van de negentiende eeuw leven de arbeiders in het fabrieksstadje Aalst in mensonwaardige omstandigheden. Er is kinderarbeid, soms is het werk gevaarlijk en ze wonen in krotten. Uitgever Pieter Daens klaagt deze toestand aan in de dagbladen Het Land van Aalst en De Werkman. Dit leidt tot een afsplitsing van de Katholieke Partij met haar behoudsgezinde voorzitter Charles Woeste. Met Pieter Daens bewijst Louis Paul Boon opnieuw zijn literaire meesterschap.’Overigens; Pieter Daens is deel 15 uit het Verzameld werk van de auteur. Een terechte hommage aan een groot auteur!
Inhoud. ‘Op het einde van de negentiende eeuw leven de arbeiders in het fabrieksstadje Aalst in mensonwaardige omstandigheden. Ze moeten twaalf uur per dag werken voor een hongerloon, er is kinderarbeid, soms is het werk gevaarlijk en ze wonen in krotten. Uitgever Pieter Daens klaagt deze toestand aan in de dagbladen ‘Het Land van Aalst’ en het door hemzelf opgerichte ‘De Werkman’. Dit leidt tot een afscheuring van de Katholieke Partij met haar behoudsgezinde voorzitter Charles Woeste. Samen met zijn drie jaar oudere broer, priester Adolf Daens, en de roelanders uit Ninove richt Pieter in 1893 de Christene Volkspartij op. Hun ideologie is geïnspireerd door de encycliek Rerum Novarum van Paus Leo XIII. Dankzij de invoering van de algemeen meervoudige stemplicht voor mannelijke burgers en het aangaan van een tijdelijk kartel met socialisten en vooruitstrevende liberalen raken ze verkozen voor het parlement en de gemeenteraad. De daaropvolgende jaren vindt een sociale en politieke strijd plaats. Socialisten en daensisten ijveren voor betere arbeidsvoorwaarden en enkelvoudige stemplicht. De socialisten beginnen een coöperatieve bakkerij op het eilandje Chipka, een voorbeeld dat gevolgd wordt door liberalen en katholieken. De eerste vakbonden, ziekenfondsen, pensioenfondsen en werklozenkassen worden opgericht. Er zijn stakingen en betogingen. De Katholieke Partij probeert verkiezingen te manipuleren en Woeste zet stokslagers in om het protest de kop in te drukken. Adolf Daens, die als een van de eersten Nederlandstalige toespraken houdt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, krijgt problemen met bisschop Antoon Stillemans. Deze stelt dat politiek activisme en het priesterambt onverenigbaar zijn. Daens krijgt een verbod om de mis te lezen en om een priestergewaad te dragen. Hij moet zich zelfs gaan verantwoorden in Rome. In 1906 raakt hij niet herverkozen. Een jaar later sterft hij aan een hartkwaal. Na Adolfs dood blijft Pieter actief in de politiek en als uitgever. Stilaan begint de partij te verzwakken, deels doordat de Katholieke Partij haar christendemocratische ideeën over begint te nemen en een vakbond en een ziekenfonds opricht. Tegen het begin van de Eerste Wereldoorlog gaat een deel van de Christen Volkspartij in de Vlaamse Beweging op; de rest zal zich na de dood van Pieter Daens in 1918 terug bij de hervormde Katholieke Partij aansluiten.’
Achtergrond. ‘Het verhaal speelt zich af tussen 1885 en 1914, na een inleidend hoofdstuk over de voorafgaande periode. Pieter Daens treedt op als ik-verteller, omdat hij net als Boon zelf een sociaal bewogen dagbladschrijver met gevoel voor humor was.Het verhaal is volledig gebaseerd op waargebeurde feiten. Veel historische figuren komen erin voor, waaronder bisschop Antoon Stillemans, katholiek partijvoorzitter Charles Woeste, burgemeester Victor Van Wambeke, daensist Hector Plancquaert en de socialisten Alfred Nichels, Edward Anseele en Camille Huysmans.
In het voorwoord schrijft Boon: ‘Dit boek is de vrucht van een vijf jaar lang doorploegen van dag- en weekbladen, gaande van de jaren 1865 tot en met 1918, en van vele archieven en boeken, op het onderwerp - de sociale en politieke strijd in het fabriekstadje Aalst - betrekking hebbend. Alles bij elkaar werden het zestienhonderd dichtbeschreven vellen, met feiten en jaartallen die geen mens konden interesseren. (...) Tenslotte moet ook nog gezegd, dat hierdoor geen enkel woord fantsie in het hele boek te vinden is.’Hij bedankt pater Van Isacker voor zijn boek Het Daensisme, Luc Delaforterie voor zijn boeken Pieter Daens en Priester Daens, en een aantal dagbladen. Ook Pieter Daens zelf bedankt hij voor zijn boek Priester Daens. Sommige historische personages waren ook al aanwezig in De Kapellekensbaan. Romain Moyersoen heet daarin Achilles Derenancourt, en de socialistische boekhouder Jan Byl heet meneerke Brys. Behalve ruim zeshonderd bladzijden tekst bevat het boek ook tweeëndertig bladzijden met foto's en tekeningen, bijvoorbeeld karikaturen van Pieter Daens en Victor Van Wambeke en foto's van Adolf Daens, Edward Anseele en groepen (kind-)arbeiders.
Ontvangst. ‘W. F. Hermans schreef: ‘De eenvoud van Boons thema maakt dat hij een der weinig werkelijk grote auteurs is die toegankelijk zijn voor velen.’In 1972 werd het boek bekroond met de Driejaarlijkse staatsprijs voor verhalend proza en de Multatuliprijs. Boon ontving ook de Literaire Prijs van de Stad Aalst en de Achiel van Ackerprijs.
Bewerkingen. In 1992 regisseerde Stijn Coninckx de succesvolle film Daens. Aan de historische personages uit de roman werden fictieve personages toegevoegd, zoals Nette Scholiers en Jan de Meeter. Op 4 oktober 2008 ging Daens, de musical in première, een bewerking van de film.’
Een vuistdik boek leg ik opnieuw voor u in de etalage. Opnieuw, want een decennium terug had ik het ook met u over dit geweldige werk. Met dit verschil dat de sticker op de omslag vermeldt dat het om een prix d’ami gaat: euro 19,95. Het gaat om het 720(!) bladzijden tellende, adequaat geïllustreerde Stalin van Simon Sebag Montefiore en van uitgeverij Nieuw Amsterdam. Met de ondertitel van ‘Het hof van de rode tsaar’. Op de omslag voorzijde zien wij ook de hoofdpersoon in gezelschap van enkele trawanten. Onder de jubelkreet van de NRC ‘Een meeslepend boek’. Ik wil niet in de eigen woorden van 2004 vallen toen het lijvige Stalin bij uitgeverij Het Spectrum het licht zag. Uiteraard bent u mijn introductie van toen in uw vergeetboek geraakt maar toch… Daartoe geef ik de tekst van de uitgever op de omslag achterkant (1), de recensie ‘Achterdom, sadisme en wraakzucht’ van Wim Berkelaar uit het Historisch Nieuwsblad januari 2005 (2) en een volgende keer de recensie ‘Stalin was geen tsaar’ van Robert Hartmans uit De Groene Amsterdammer december 2004 (3). Opdat u een wijs hart bekome!
1. ‘Wie was Stalin, de dictator, de massamoordenaar? Wie was de mens Stalin? Wat speelde zich af binnen de muren van het Kremlin tijdens zijn regime? Wie waren de mannen en vrouwen die het stalinistische hof vormden? Tot in detail wordt het persoonlijke en politieke leven van Stalin beschreven: van zijn mislukte huwelijk tot zijn identificatie met de tsaren, van zijn minnaressen tot het besluit de koelakken uit te moorden. Even nauwgezet laat Montefiore zien hoe de kliek rond Stalin de tirannie steunde; hoe de hooggeplaatste partijleden, zoals Beria en Molotov, politiek bedreven, met elkaar aten, feestvierden, trouwden, en elkaar vermoordden.’
2. ‘Was Stalin slechter dan Hitler? Deze vraag kon voor 1989, het jaar waarin de Muur viel, niet worden gesteld. Communisten en hun vrienden - en dat waren er in die tijd veel - hadden het dogma geproclameerd dat Hitler het absolute kwaad vertegenwoordigde. Stalin werd hooguit beschouwd als de man die de 'geweldige' bolsjewistische Oktoberrevolutie had geperverteerd. Communisten en fellowtravellers bleven ook lang nadat hij was ontmaskerd als massamoordenaar een zwak houden voor de man die gevierd werd als de ware overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog. Dat de laatste stalinist van Nederland Wim Klinkenberg Stalin tot op hoge leeftijd is blijven vereren, is nog voorstelbaar. Maar dat Harry Mulisch tamelijk relativerend is gebleven over de Russische despoot moet een teken van verregaande ongevoeligheid worden genoemd Ik ben misschien overgevoelig voor elke relativering van Stalins regime en misdaden. Dat was al zo, en dat is alleen maar erger geworden na lezing van de imponerende studie van de Britse historicus Simon Sebag Montefiore. Uiterst gedetailleerd beschrijft Montefiore het leven van Stalin en zijn hovelingen.Wie waren die hovelingen eigenlijk? Er zijn er maar twee bekend bij een wat groter publiek. Allereerst Vjateslav Sjkrabin, die voor de Russische Revolutie van 1917 de bijnaam Molotov (hamer) aannam. Molotov is niet alleen bekend door de brandbare cocktail die met zijn naam is verbonden, maar vooral vanwege het pact dat in 1939 in zijn naam werd gesloten met nazi-Duitsland, waarin Europa werd verdeeld tussen de twee dictaturen. Daarnaast Nikita Chroesjtsjov, die Stalin zou opvolgen en in 1956 zou ontmaskeren als een wrede machtswellusteling. Maar verder? Wie kent nog de namen van Beria, Vorosjilov, Kaganovitsj, Malenkov en Mikojan? Toch waren deze mannen jarenlang verbonden met Stalin. Ze beslisten over leven en dood, en waren ook zelf hun leven niet zeker. Daarin ligt een treffend verschil met de nazi's. In de jaren dertig stond het partijlidmaatschap van de NSDAP garant voor een redelijk veilig bestaan in Duitsland. De ideologisch gedreven nazi's blonken, bij alle onderlinge achterdocht, uit in teamgeest. De vijand lag buiten de partij: het waren de joden, zigeuners en andere Untermenschen. Ook de communisten in de Sovjet-Unie koesterden hun vijanden. Die bestonden uit koelakken, 'rijke' boeren. Maar lidmaatschap van de Communistische Partij en vooral deelname aan de Russische Revolutie (wat toch saamhorigheid zou veronderstellen) was geen aanbeveling. Het kon de dood betekenen of, op z'n best, een jarenlang verblijf in een concentratiekamp. Kampfgeist zou tot enkele weken voor het einde van de oorlog de nazi-elite aaneensmeden.
Eigenlijk is vóór 1945 alleen SA-leider Ernst Röhm uit de gratie geraakt en vermoord. Die moord was vooral het snode plan van Göring en Himmler, waartoe Hitler op 30 juni 1934 na lang aarzelen besloot, omdat hij vreesde de steun van het leger kwijt te raken. Bij Stalin was van dergelijke realpolitiek geen sprake. Integendeel, hij vermoordde zijn eigen kompanen uit achterdocht, sadisme en wraakzucht. Talloze toegewijde communisten werden gemarteld, gedrogeerd en na showprocessen als honden afgeschoten. Alleen omdat ze Stalin ooit hadden tegengesproken, omdat hun positie Stalins afgunst opwekte of zelfs maar omdat ze het 'progressieve genie' wat vreemd hadden aangekeken. In de waanzin van het nazisme zit systeem, in de waanzin van het communisme ontbreekt dat volkomen. Het is alles willekeur wat de klok slaat.
Montefiore somt bladzijden lang deprimerende staaltjes op van die willekeur. Zo beschrijft hij een Poolse communiste die de pech heeft vlak bij Stalin te wonen. Ze is aan het tuinieren als Stalin langskomt. Hij buigt zich over de heg en constateert: 'Wat een mooie rozen.' Diezelfde avond gelast Stalin haar arrestatie en executie. Waarom? Montefiore weet het ook niet, hij beschrijft het slechts. En hoe zou je ook de reden van deze absurde willekeur kunnen achterhalen? Na lezing van dit verpletterende boek blijf je achter met de weinig opwekkende conclusie dat er in de wrede eerste helft van de twintigste eeuw toch nog iemand slechter was dan Hitler.’
Het boek werd mij die woensdagmorgen in de schoot geworpen en de uren daarna koesterde ik het voluit. Veel loftuitingen had ik er van collega-recensenten over gehoord en dan vooral wat het thema betrof. Maar dat de roman in zulk meeslepend, toegankelijk, prachtig proza vervat is, bevroedde ik niet. Het gaat om het 448 bladzijden tellende Papegaai vloog over de IJssel van Kader Abdolah en uitgeverij Prometheus. Op de wikkel van de harde omslag met afbeelding van Miroslaw Oslizlo prijkt de sticker met ‘Een intiem, persoonlijk en schitterend boek.’ Ik wil u bijkans aan den lijve doen ondervinden hoe ik in de ban geraakte van Papegaai vloog over de IJssel van de Perzisch-Nederlandse schrijver die zich in 1988 in Nederland vestigde.
Het huis van de moskee, Spijkerschrift en De reis van de lege flessen zijn drie romans die wij met instemming in onze Cultuurmix onthaalden. In de couranten las ik recensies die er niet om logen, van ‘Hoezo een multicultureel drama’ in NRC Handelsblad van Janet Luis tot ‘Een sexy Irakees in Zwolle’ in Trouw van Jaap Goedegebuure. Ik las die ochtend de proloog:
‘In het vliegtuig zat een man met zijn dochter, een meisje van een jaar of vijf, zes. Ze was doof en ze kon ook niet praten. De man had een vals paspoort bij zich, hij had het net voor de landing vernietigd zodat de politie er niet achter zou kunnen komen waar hij vandaan kwam. De stewardessen hadden gemerkt dat hij zijn verscheurde paspoort in de wc van het vliegtuig had proberen door te spoelen. Omdat ze wisten dat zijn dochtertje doof was, besloten ze het incident niet aan de bewaking door te geven. Toen het vliegtuig landde, liepen ze de vader en dochter achterna. Ze waren benieuwd wat er later bij de douane zou gebeuren..’
De spanning wordt door Abdolah meteen zijn Papegaai vloog over de IJssel ingemetseld en natuurlijk bent als goedwillende lezer benieuwd naar het verloop. Dat zal ik u via de entree aanreiken maar om het kader aan te geven citeer ik eerst de tekst van de omslag. Volgende keren gaan wij een reis door de roman maken die dus een verzonnen verhaal bevat maar ook gebaseerd is op berichten uit de non-fictie. En zo belandde ik opnieuw in een gespreid bed dat opgemaakt is uit feit en fictie. Nu de omslag:
‘In een paar oer-Hollandse protestantse dorpen langs de rivier de IJssel komen voor het eerst vreemdelingen wonen. Ze beginnen aan een nieuw bestaan in een nieuw land. Het duurt niet lang totdat de rivier, de IJsselbrug en de pont deel uitmaken van hun identiteit. Papegaai vloog over de IJssel, de nieuwe roman van Kader Abdolah, vindt plaats in en rond de stad Zwolle en vooral in Zalk, Wilsum, s Heerenbroek en Veecaten, in een landschap dat honderden jaren hetzelfde is gebleven. De kou is niet uitnodigend, de fabuleuze luchten zijn dat wel. De nieuwkomers, even vreemd voor elkaar als voor het land waar ze nu wonen, beseffen dat ze hun reis moeten voortzetten, langs het water, naar de IJsselbrug, naar de stad, voor een nieuw bestaan. Zullen ze daar een thuis vinden? - Nederland is in de afgelopen vijfentwintig jaar onmiskenbaar veranderd. Kranten schreven erover, televisiecamera’s liepen, discussies erover verhuisden van de redacties naar de huiskamers en terug. Het is hoog tijd voor een meerstemmige roman, die de essentie van deze veranderingen verbeeldt. ‘Papegaai vloog over de IJssel’ is een vertelling waarin de schrijver ons binnen de huizen van die mensen meeneemt om hun levensloop te laten zien. Kader Abdolah kwam een kwarteeuw geleden als vreemdeling naar Nederland, maar wist zich algauw omhelsd door zijn nieuwe landgenoten. Het kan niet anders dan dat hij in deze roman al zijn persoonlijke ervaringen heeft gebruikt. Hij vertelt ons vreemde verhalen die nu al lang onze Hollandse vertellingen zijn geworden. Papegaai vloog over de IJssel is een nieuwe vertelling in de Nederlandse literatuur.
De entree: ‘Het KLM- vliegtuig vloog boven Amsterdam, je hoorde dat de wielen van het vliegtuig uitgeklapt werden. Het was donker geweest buiten, na urenlang in de wolken gevlogen te hebben, was er nu opeens een zee van kleurrijke lichtjes te zien beneden. Het dove meisje zat naast haar vader bij het raam. ‘Kijk eens naar beneden, heel veel mooie lichtjes, zie je dat?’ gebaarde hij naar zijn dochter. De vader was bezorgd, bang dat ze bij de douane gearresteerd en teruggestuurd zouden worden. Tijdens de landing voelde hij de pijn van de druk op zijn oren, en de spanning verhevigde de pijn nog. Hij drukte met zijn beide handen op zijn oren. Toen het vliegtuig geland was, hielpen de stewardessen het meisje met haar kleine rugzak. In stilte leefden ze met de vader mee, alsof ze wisten dat er hun straks een hoop ellende te wachten stond. ‘Een goede reis verder,’ zeiden ze allemaal. Met een koffer in zijn ene hand, en zijn dochters hand in de andere liep hij met de andere passagiers naar buiten. Net na de slurf stonden een paar veiligheidsagenten met een hond, ze controleerden steekproefsgewijs de paspoorten. Een scherpe pijn schoot door de rug van de man. Als ze hem naar zijn paspoort zouden vragen dan zou hij dat niet kunnen tonen en dan zouden ze hem zonder pardon op hetzelfde vliegtuig terug zetten. Hij ging langzamer lopen, pakte zijn dochtertje van de grond en nam haar op zijn arm. Met de andere hand pakte hij de koffer weer op. Een hond snoof aan zijn koffer en liep door naar de volgende passagier. De stewardessen kwamen tevoorschijn met hun trolleys, ze liepen tussen de agenten en de vader door zodat de man verder kon lopen. Een paar seconden later verdween de man met zijn dochtertje in de massa van passagiers. De stewardessen bleven hem op enige afstand volgen. Ze merkten dat hij zijn eigen medepassagiers vermeed en met de passagiers van de andere vluchten probeerde mee te lopen. Op die manier trachtte hij de sporen van zijn eigen vlucht te wissen zodat de douane er straks bij de paspoortcontrole niet achter zou kunnen komen uit welk vliegtuig hij gestapt was. De man zette het meisje bij een grote kleurrijke snoepwinkel op de grond en liep met haar de winkel binnen. Aan zijn gedrag kon je zien dat hij geen haast had, hij probeerde tijd te winnen zodat zijn medepassagiers het vliegveld allemaal zouden verlaten. Bovendien mocht hij best nog even van zijn vrijheid genieten. Straks zou er van alles kunnen gaan gebeuren en zou er een onoverzichtelijke, stressvolle fase in zijn leven beginnen. De stewardessen keken op hun horloges: zouden ze nog wachten, of zouden ze weggaan? Ze stonden stil bij de etalage van een kledingzaak. Met een zak vol snoepjes verliet de man de winkel. Hij bleef bij de vitrine van een horlogewinkel staan, daarna liep hij een kledingzaak binnen. Toen hij naar buiten kwam, had hij zijn beslissing genomen: hij wilde niet langer in stress en onzekerheid blijven, hij moest durven en zijn lot tegemoet treden. Met zijn dochtertje op zijn arm en zijn koffer in zijn hand ging hij in de rij passagiers bij de douane staan. Het was druk en het duurde lang. Zijn dochtertje legde haar hoofd op zijn schouder en met het zakje snoep in haar hand viel ze in slaap. Nog een passagier. ‘Next,’ riep de douanier. De man zette een stap naar voren. ‘Your passport please.’ Tevergeefs keek hij om zich heen. Nee, er ging geen wonder gebeuren. Mensen stonden in verschillende rijen met hun paspoorten in hun handen. ‘Passport please,’ herhaalde de agent. ‘No passport,’ zei de man. De douanier drukte op het knopje. Er verschenen meteen drie veiligheidsagenten. ‘Passport!’ zei een van hen. Zijn dochtertje werd wakker en keek bang en slaperig naar de agenten. De man zette zijn koffer op de grond, stak zijn vrije hand in de lucht en probeerde een Nederlands woord uit te spreken, maar hij was het vergeten. ‘Passport,’ zei de agent opnieuw, terwijl de andere agenten zijn koffer in beslag namen. De man herinnerde zich het noodlottige woord, stak zijn arm weer in de lucht en zei: ‘Asiel!’ De agenten isoleerden de man van de andere passagiers, namen het kind uit zijn armen en bevalen hem zijn riem en zijn schoenen uit te doen. Ze zetten hem tegen de muur en fouilleerden hem terwijl zijn dochtertje huilde. Maar de man bleef rustig en probeerde haar in gebarentaal gerust te stellen. De stewardessen, die alles gezien hadden, namen hun trolleys en passeerden de paspoortcontrole. De mensensmokkelaar in Karachi van wie de man het valse paspoort had gekocht had hem verteld dat hij dit paspoort in het vliegtuig zou moeten vernietigen. Dat had hij gedaan. De man had ook van de mensensmokkelaar nadrukkelijk doorgekregen dat hij zijn mond moest houden en niet aan de douaniers mocht vertellen waar hij vandaan kwam. Hij moest wachten tot hij aan de vreemdelingenpolitie overgeleverd zou worden, daar zou hij ook een advocaat krijgen. Pas daarna zou hij zijn verhaal kwijt kunnen. ‘Wat ze ook zeggen, wat ze ook vragen, je antwoord is: ‘Asiel’, had de mensensmokkelaar hem gezegd.’
Een robuust want vuistdik boek leg ik voor u op de leestafel dat onze plaats in deze getormenteerde wereld reliëf geeft. Het gaat om het 572 bladzijden tellende Een lichtkring om het kruis van dr. A. van de Beek en uitgeverij Meinema met de ondertitel ‘Scheppingsleer in christologisch perspectief’ en uit het vijfde deel uit de serie ‘Spreken over God’. Laat ik het maar meteen zeggen: bij mijn eerste rondgang door dit in de christelijke dogmatiek gedrenkte werk werd ik getroffen door de enorme rijkdom van het theologisch doordenken. Mij past grote bescheidenheid als ik als leek, christen, neerlandicus iets te berde wil brengen over dit volgens vele theologen fenomenale werk dat niet alleen plaatsbepalend maar ook horizonverleggend is. Ik zeg het zo: anno 2015 leven wij immer in een gevallen wereld die echter gedragen blijft worden door Christus. Om onze plaats en onze horizon te verplaatsen geef ik u de tekst van de uitgever op de omslag en een fragment uit de recensie van Tjerk de Reus ‘Radicaal, maar ontspannend’.
Meinema: ‘Waarom is de wereld zo vol van lijden? Waarom doen mensen zo veel kwaad? Hoe heeft dit ooit kunnen beginnen? Wat is de mens? Heeft de mens een vrije wil? Christus is niet een noodmaatregel om de problemen die de mens door de zonde veroorzaakt heeft op te lossen. Hij is zelf de Schepper van de wereld en deze draagt daarom de kenmerken die bij Jezus passen. In het licht van Christus, die in de wereld het meest zichtbaar was aan het kruis, bespreekt Van de Beek bovengenoemde vragen. In dat licht alleen is er vrijheid, vrede en rust mogelijk. En alleen zo kunnen we in de wereld echt van alles genieten.Thema's die in dit boek aan de orde komen, zijn: * Jezus is de sleutel om de wereld te begrijpen * Het Oude Testament en scheppingsverhalen van andere volken * Waar komt de zonde vandaan? * Engelen en demonen * Gods almacht en voorzienigheid * Vrijheid * Genieten van de goede gaven * Rust Dr. A. van de Beek is emeritus hoogleraar theologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Hij schreef vele theologische boeken.’
De Reus: ‘De titel van het nieuwe boek is ontleend aan de Friese theoloog Oepke Noordmans, die ooit zei dat de schepping ‘een plek licht rond het kruis’ is. Daarmee bedoelde Noordmans dat je niet zonder meer over de schepping kunt spreken, want wat weten we daarvan? Wat we om ons heen zien, is een gevallen schepping. Alleen kruis en opstanding geven ons het ware inzicht in de aard van schepping, in de geschiedenis en het fenomeen mens. Wie buiten Christus probeert te denken, raakt verdwaald in menselijke vermoedens en ideologische voorkeuren. Althans, dat is de insteek van Van de Beek, die daarmee in lijn staat van veel grote denkers uit de christelijke traditie. Theologen die de menselijke geschiedenis op de voorgrond plaatsen, als soort project dat tot ontplooiing moet komen, geeft Van de Beek voortdurend tegengas. Zijn punt is: wie ongeschonden langs het kruis wil glippen, ontwijkt de ware aard van de mens en zijn wereld. Dat de wereld vol lijden en kwaad is, zouden we moeten aanvaarden zoals Christus dat alles aanvaard heeft: Hij draagt de kapotte wereld door de dood heen naar het leven van de herschepping.
De omslag van Een lichtkring om het kruis laat het middenpaneel zien van het altaarstuk ‘Het Lam Gods’ van Jan van Eyck. Ooit beleefden wij als gezin wonderbaarlijke momenten in de Sint-Baafskathedraal in Gent waar wij het meesterwerk uit 1432 dat geschilderd werd in opdracht van Joos Vijd, schepen van de stad Gent en kerkmeester van Sint-Jan. Wij waren in bekoring en die emoties zijn ons bijgebleven maar door toedoen van de auteur Van de Beek is die gemoedstoestand nog heftiger geworden. Ik citeer diens ten geleide.
‘Op het omslag staat het centrale paneel van het drieluik ‘Het Lam Gods van Van Eyck in de kathedraal van Gent. Het drieluik is een altaarstuk, verbonden met de eucharistie. In die viering gedenken we de dood van Christus. Het Lam Gods staat in het centrum, in de viering en op het drieluik. Om Hem heen scharen zich mensen van alle standen. Aan de buitenranden van het drieluik staan Adam en Eva. Zij omsluiten als het ware de hele schepping die gericht is op het Lam. Adam en Eva staan daar niet als ideaalfiguren van een verloren paradijs. Boven hun hoofden staan afbeeldingen van Kaïn en Abel. Links staat het offer dat ze brengen en waarin het onderscheid is aangegeven dat God maakt. Rechts staat de moord op Abel. Dat is de schepping die gericht is op het Lam. Het Lam dat geslacht is ontsluit het geheimenis van de wereld en haar geschiedenis. Deze is niets anders dan wat in het licht van het kruis zichtbaar wordt. In het paneel boven het Lam is een zittende koningsfiguur te zien. Men zou kunnen denken dat het een afbeelding van God de Vader is. Hij draagt echter de symbolen van Christus en naast Hem zit Maria en aan de andere kant staat Johannes de Doper die naar Hem wijst. Hij die troont in de hemel is geen ander dan het Lam van God dat de zonden van de wereld draagt. De zittende koning is een uitbeelding van het woord van Christus: ‘Ik en de Vader zijn een.’ De almachtige Schepper van hemel en aarde is geen ander dan het Lam naar wie Johannes wijst. Op het omslag staat het centrale paneel: het Lam staande als geslacht. Alleen in zijn licht zien wij de schepping.’
Voorlopig tot slot geef ik u de titels van de dertien hoofdstukken van Van de Beek door: Door Christus geschapen – Alles onder zijn macht – Een schepping in de ellende – Een gevallen wereld – Zonde – Het beeld van God – Vrije wil – Engelen, demonen en machten – God en het kwade – Voorzienigheid – Schouwspel van Gods heerlijkheid – Vrijheid – Rust. Mijn optie van deze aankondiging? Dat Een lichtkring om het kruis een baken in het woeden der wereld kan zijn!