02-02-2015

KONING EENOOG

En het geschiedde een paar dagen terug; ik kreeg een biografie aangereikt die ik niet verwacht had maar die zeer welkom is. De hoofdpersoon ervan, schilder en schrijver bogend op een klein oeuvre, blijkt heel veel ingrediënten uit eigen leven in zijn romans gedropt te hebben. Ik roep een hartelijk welkom toe aan het 318 bladzijden tellende, passend geïllustreerde Koning Eenoog van Toef Jaeger en van uitgeverij Atlas Contact met de dubbele ondertitels ‘Leven en werk van Henk van Woerden’ en ‘Een migrantenverhaal’. Ik prijs mij gelukkig dat ik in de jaren negentig in deze rubriek Cultuurmix werken van de toen debuterende auteur Henk van Woerden (1947-2005) bij u mocht introduceren. Hoe verheugd waren wij over het schitterende proza waarin vooral het thema van gemis aan geborgenheid verwoord werd. De drieluik over Zuid-Afrika Moenie kijk nie. Tikoes en En een mond vol glas was ons op het lijf geschreven. Maar dat Van Woerden zijn eigen gemis van zich af wilde schrijven, was mij eerlijk gezegd ontgaan. Dat doet Toef Jaeger, redacteur bij de wekelijks boekenbijlage op vrijdag van ‘NRC Handelsblad’ op toegankelijke en tintelende wijze uit de doeken. Ik zal u daarvan doen proeven door het tweede deel van haar Proloog De koffer van oma Scheepstra integraal door te geven. U heeft vooraf echter recht op een plaatsing van titel Koning Eenoog. Van Woerden wordt december 1947 geboren met een uitpuilend linkeroog dat vanwege pijn en druk in 1953 wordt vervangen door een glazen oog. Vandaar het motief kwetsbaarheid in zijn werk. Ik kan mij levendig voorstellen dat u na de lezing van De koffer van oma Scheepstra van Van Woerden zich naar de boekhandel rept om diens literaire werken op te halen. U doet er echter heel goed aan door eerst Koning Eenoog tot u te nemen. met de drie delen ‘Naar Zuid-Afrika’, ‘Terug naar Nederland’ en ‘Soutpiel’. De laatste titel slaat op een scheldwoord voor een Brit die slechts voor een zekere tijd in Zuid-Afrika blijft. Ik heb het idee dat wij op het punt staan een groot schrijver te herontdekken! 

De koffer van oma Scheepstra van Toef Jaeger: ‘Henk is in Zuid-Afrika van alles kwijtgeraakt: zijn moeder, geborgenheid en het gevoel van een thuis. Het verlies van die drie komt duidelijk terug in zijn literaire werk, maar ook – zij het minder nadrukkelijk – in zijn beeldende kunst en fotografie. Wat hij onderzocht was, zoals hij het zelf noemde, het ‘dilemma van de migrant’ en de daaraan gekoppelde vraag wat thuis eigenlijk is. In zijn literaire werk doet hij dat vanuit het perspectief van een tiener (Moenie kyk nie), de teruggekeerde migrant (Tikoes), de moordenaar op de Zuid-Afrikaanse apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd (Een mond vol gla) en een Griekse muzikant (Ultramarijn). Vanaf het moment dat hij op zijn negentiende Zuid-Afrika verlaat, blijft het vinden van een thuis via het verleden een obsessie. Heen, terug, nergens thuis: het is een universeel thema. Belangrijk is dat Henks verwerking hiervan in zijn literaire werk ook een uniek beeld geeft van de verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika. De meeste verhalen van Nederlandse schrijvers die voor Moenie kyk nie geschreven werden, zijn óf geschreven vanuit het buitenstaandersperspectief óf uit sympathie en identificatie met de onderdrukte zwarte bevolking. Anders dan Moenie kyk nie getuigen deze boeken vaak van een politiek bewustzijn, iets waar het Henk, zeker in zijn debuut, niet om te doen is. Bij hem zijn stellingname, heldendom en plaatsvervangend leed ingeruild voor het verhaal van een arm blank gezin en daarmee een voor die tijd nieuwe uitwerking van het emigrantenleed. Of zoals Henk het in een aantekening uit 2001 zelf verwoordde: ‘Iemand die onderdeel is van een diaspora moet weerstand bieden tegen mythevorming, het hoofd bieden aan de vrijwel onweerstaanbare verleiding er maar wat op los te fantaseren.’ Zoals zal blijken, zijn Moenie kyk nie, Tikoes en Een mond vol glas nieuwe invullingen van koloniale literatuur, waarbij het zo vertrouwde tempo doeloe-gevoel volledig ontbreekt. 

Dat Henk zo uitgebreid over zijn jeugd aan de Kaap kon schrijven, is deels te danken aan zijn oma, die in De koffer van oma Scheepstra alles bewaarde. Henk vertelde er wel eens over wanneer ik hem bezocht om over zijn werk te praten of wanneer we met een groep schrijvers en redacteuren bij hem op bezoek waren om een nieuw programma voor het jaarlijkse literatuurfestival Winternachten in elkaar te zetten. Van alles wat hij had meegemaakt voordat zijn moeder overleed, zijn sporen te vinden in die koffer, maar ook brieven en foto’s uit latere perioden bewaarde oma Scheepstra erin. Het ding had in mijn hoofd inmiddels mythische proporties aangenomen. Toen ik de Scheepstra-koffer na zijn overlijden meekreeg van zijn weduwe Nicole om dit boek te maken, was hij veel minder groot dan ik dacht. Een gewone, stevige bruine koffer, maar inderdaad met een schat aan verhalen. Hij barstte bijna uit elkaar van de brieven van vlak voor het vertrek naar de Kaap, en ook zijn er talrijke brieven die Henks moeder Jopie vanuit de Kaap had verstuurd. Behalve de brieven zaten er ook kindertekeningen in, rapporten en een babyboek. Henk heeft er dankbaar gebruik van gemaakt voor zijn werk, en ze gecombineerd met eigen herinneringen. Dat deed hij in zijn debuut als volgt:

‘19 januari 1957. Met van bof opgezette wangen dool ik door de vertrekloods aan de Sumatrakade in Amsterdam. Er is te veel bagage en te veel lawaai. Ik houd Anneke aan één hand en Hans aan de ander. Zij mogen niet verdwalen. […] Het liefst verstopte ik mijn bof-oor en bof-oog achter wollen wanten. Maar ik heb oma plechtig beloofd voortaan de hoeder te zijn, op z’n minst voor Hans, die zij niet helemaal vertrouwt.’

Het verhaal klopt redelijk met de feiten al zit er natuurlijk de nodige overdrijving in. Oma Scheepstra, die aan boord mocht om haar dochter Jopie te helpen zich te installeren op de boot, doet een zakelijk verslag van het gebeuren aan haar moeder, de overgrootmoeder van Henk. In Moenie kyk nie vertelt Henk vanuit zijn eigen perspectief hoe het gegaan is, waarbij hij dankbaar gebruikmaakt van de gegevens die zijn oma heeft achtergelaten. In Moenie kyk nie verwerkt hij niet alleen de herinneringen aan het vertrek, maar zijn hele jeugd aan de Kaap. Dat doet hij ook in de twee andere delen van zijn Zuid-Afrika-boeken: Tikoes’ (1996) en Een mond vol glas (1998), en in het hoofdstuk ‘De fuik’ in Notities van een luchtfietser (2002). Het zijn sterk autobiografisch getinte teksten en ze vormen daarom voor mij belangrijke bronnen. Veelzeggend is dat Henk in zijn verhaal ‘De fuik’ over Moenie kyk nie schrijft: ‘Was mijn debuut maar minder opvallend autobiografisch getoonzet.’
Uiteraard loopt een biograaf zo het risico zich te laten sturen door de inkleuring achteraf. Henk heeft zijn jeugd en kunstenaarschap natuurlijk op een bepaalde manier gepresenteerd in zijn romans: om de plotopbouw beter te laten uitkomen of motieven beter naar voren te brengen. Zo legt hij bijvoorbeeld veel nadruk op zijn eenogigheid om zo zijn anders-zijn en scherpe blik te benadrukken. Zoals veel schrijvers die van autobiografische gegevens gebruikmaken, worstelde Henk met de vraag hoe waarheidsgetrouw fictie moest zijn, en waar de grens van fictie ligt wanneer een verhaal de werkelijke gebeurtenissen beschrijft. Geen van zijn boeken over Zuid-Afrika heeft het etiket ‘roman’ meegekregen. Toen hij het genre van een boek wel benoemde, werd hij daarop door sommige recensenten afgerekend: Notities van een luchtfietser werd prompt gezien als onsamenhangend en inconsequent, ‘teleurstellend en eigenlijk onbegrijpelijk’, aldus ‘NRC Handelsblad’. Van Woerden loopt zich ‘warm voor een groter project’, schreef ‘de Volkskrant’. Dat was meer aan het label dan aan het boek te wijten, want de auteur had zijn methode eigenlijk nauwelijks veranderd. 

Lovend waren wel weer de reacties op zijn laatste roman, het met de Gouden Uil bekroonde Ultramarijn, dat vlak voor zijn dood verscheen. Het was voor het eerst dat een boek van hem het woord ‘roman’ op het omslag meekreeg – niet voor niets is dit ook het eerste boek dat niet over Zuid- Afrika gaat. Vanaf Moenie kyk nie ontspon zich al een discussie over welk etiket er nu precies paste op zijn werk: was dit een Bildungsroman, een autobiografie, een familiekroniek? Het is van alles een beetje, maar één ding is zeker: om het verleden te verwerken, had Henk van Woerden de kunst nodig, niet alleen voor de herinnering, maar juist ook om er zijn eigen draai aan te kunnen geven. In de volgende hoofdstukken ga ik in zijn geschreven voetsporen op zoek naar het verhaal van de eeuwig zoekende, van de emigrant die in zijn ontheemdheid, zonder zich daar bewust van te zijn, de Nederlandse literaire kijk op Zuid-Afrika heeft veranderd.’

NIJNTJE UITDEELBOEKJES

Een paar weken terug meldde ik u de aankomst van het jubileum kijk- en leesalbum het feest van nijntje, dat de zestigste jaardag van het alom populaire konijntje luister moet geven. Dit kinderprentenboek krijgt nu een welkomende want verrassende aanvulling met een box waarin maar liefst tien nijntjes. Het gaat om nijntje uitdeelboekjes van Dick Bruna en uitgeverij Mercis Groep. Op de ludieke verpakking wordt de titel van het ludieke pakketje uit de doeken gedaan. Ik citeer: ’60 jaar nijntje nijntje uitdeelboekjes nijntje is jarig en deelt uit! 10 vrolijke boekjes van stevig karton leuk om te geven, leuk om te krijgen! inhoud: nijntjes vrolijke dag (5 ex) als ik groot ben (5 ex).’ Zoals ik bij de vorige introductie al met verve zei: onze jongste kleinzoon Guus aan Rodelaan 36 in Voorburg geniet dag in dag uit van zijn jonge leven van nijntje in de outfit van Dick Bruna. Om niet in herhalingen te struikelen geef ik nu integraal het bericht uit AD De Dordtenaar dat ik een paar uur terug tot mij nam.

‘Nijntje is jarig, Utrecht pakt uit – Peter van de Vusse – Het Centraal Museum en de stad Utrecht pakken dit jaar uit met Nijntje. Het witte konijntje van Dick Bruna wordt 60 jaar en dat leidt tot allerlei activiteiten ter ere van de 87-jarige tekenaar en zijn schepping. Nijntje krijgt onder ander een tentoonstelling, eigen postzegels, een internationaal kunstproject en een musical. Ook werd gisteren, tijdens de feestelijke presentatie in het Centraal Museum, een in het plat Utrechts door Herman van Veen vertaald boekje uitgereikt: Nijntje op de fiets. Het Centraal Museum speelt in op het jubileum door het Dick Bruna Huis om te bouwen tot het Nijntje Museum. ‘Het leukste museum voor peuters en kleuters’, belooft directeur Edwin Jacobs. Het vernieuwde museum, dat half december opengaat, speelt in op de belevingswereld van peuters. De wereld uit de populaire boekjes van Dick Bruna komt er tot leven in de nieuwe zalen. Op zolder wordt het atelier van Dick Bruna minutieus nagebouwd. In de studio staan persoonlijke voorwerpen van de Utrechtse ontwerper/tekenaar, waaronder meubels, typemachine, foto’s en briefjes, Volgens Jacobs is Dick Bruna de belangrijkste kunstenaar van Utrecht van dit moment en is Nijntje het belangrijkste merk van de stad. De tentoonstelling Feest! Nijntje wordt 60 jaar in de nieuwe stallen presenteert Nijntje op een uitdagende manier. Jacobs: ‘Het wordt een creatief speelkwartier. Uitgestald staan levensgrote Nijntje-boekjes, waardoor de zintuigen van kinderen worden geprikkeld. Van een metersgrote taart waar kinderen in kunnen kruipen is de zoete gebaksgeur te ruiken,’ De expositie gaat 20 juni open.’ 

U kunst zich nu levendig voorstellen waarom Mercis Groep op de kartonnen box een taart heeft afgebeeld. Guus, onze kleinzoon, verblijft twee dagen in de week op de kinderopvang De draakjes in Voorburg en kent leeftijdgenootjes via zijn ouders Time en Bonnie. Hij kan nu maar liefst acht vriendjes en vriendinnetje trakteren op een editie van nijntjes vrolijke dag of van als ik groot ben. In de komende weken wil ik u op de hoogte blijven houden van de zes decennia oude maar jonge nijntje.  Dus voorlopig tot slot de tekst uit de twee boekjes. ‘nijntjes vrolijke dag: wat vind je leuk om te doen, nijntje? Vraagt vader zoveel! roept nijntje blij tekenen en kleuren vind ik fijn en steppen op mijn step en klimmen in de boom rijden met mijn trein maar het leukst vind ik samen spelen!  als ik groot ben: hallo, ik ben nijntje als ik groot ben ga ik varen op de grote zee en timmeren net als opa en vliegen in een echt vliegtuig nu ga ik even vliegeren dag!’ De tekeningen in beide boekjes kunt u met de kids in de box aanschouwen!  

100 BIJBELVERHALEN VOOR JOU

Wij als grootouders prijzen ons al jaar en dag rijk met een kostbaar kleinood dat twee van onze kleinkinderen Fien en Daaf met graagte tot zich nemen. Het is dan ook een lust voor het oog en een streling van het gemoed. Het gaat om het navenant en rijk geïllustreerde 100 Bijbelverhalen voor jou van Bruce Wilkinson en Angus McBride en van uitgeverij De Vuurbaak. Bijna gelijkelijk verdeeld over het Oude Testament en het Nieuwe Testament worden de daarin beschreven personages aan de kids voorgesteld. Van ‘God schiep de wereld’, ‘God schiep de dieren en de mensen’, ‘Een prachtige tuin’, ‘De ark van Noach’ en ‘De prachtige kleuren van de regenboog’ tot ‘Paulus en Silas in de gevangenis’, ‘Paulus en de verschrikkelijke storm’, ‘Onesimus loopt weg’, ‘Een grote familie van Jezus op aarde’ en ‘Jezus komt terug! De religieuze stoet wordt niet alleen in woorden gepresenteerd maar vindt honderd maal een afronding in een kort gebed en in een praathoekje dat de kinderen tot een praktische verwerking stimuleert. In ‘Een woord vooraf voor de ouders’ geeft uitgeverij De Vuurbaak haar geloofsbrief af en stipuleert daarin dat de Bijbel als Gods woord tot elke generatie doorgegeven moet blijven worden. Eigentijdser gezegd; mooi en goed dat De Bijbel in Gewone Taal er is maar de kleine kinderen hebben recht op Bijbelverhalen waarbij de verteller en illustrator op de knieën gaan zitten. Zij dienen zich immer af te vragen hoe zeg ik het en teken ik het zo duidelijk mogelijk. Zij moeten hierbij zo dicht mogelijk langs de grondtekst schuren. 

Ik citeer De Vuurbaak: ‘Een woord vooraf voor de ouders. 100 Bijbelverhalen voor jou is niet een gewoon verhalenboek. Deze kinderbijbel wil het goede nieuws doorgeven dat God niet alleen van grote mensen, maar ook van kinderen houdt. Er staan niet alleen boeiende verhalen in over mensen die lang geleden leefde. Het gaat ook over het geheim van de levende God, die vandaag de dag nog steeds via deze Bijbelse figuren tot ons spreekt. Wanneer de kinderen horen vertellen over Gods liefde voor zijn volk en de speciale manier waarop Hij voorhen zorgt, zullen ze worden gestimuleerd om een antwoord te vinden op de vraag wie Hij is en hoe ze Hem kunnen dienen. De bedoeling van deze kinderbijbel is niet alleen dat er prachtige verhalen in staan. De schrijver wil uw kind ook meenemen naar de wereld van de Bijbel. Geniet van de manier waarop uw kind deelgenoot wordt van de verrassingen die het volk van God te wachten staan en deel mee in het avontuur van de vrienden van Jezus. Luister samen met uw kind hoe het verhaal van de Bijbel zich ontvouwt: In het Oude Testament wordt het plan onthuld dat God vanaf het begin met de wereld heeft, en de belofte aan zijn volk, in goede en slechte tijden. In het Nieuwe Testament sluit God een nieuw verbond met zijn volk door Jezus, die in ons leeft, door zijn heilige Geest. Voorlezen uit 100 Bijbelverhalen voor jou is een avontuur, waarin u en uw kind God beter zullen leren kennen. Aan het eind van elk verhaal krijgen de kinderen de gelegenheid om te bidden en hun liefde te tonen aan God. Het praathoekje helpt hen actief deel te nemen aan het Bijbelverhaal, door zelf iets te doen waardoor ze de boodschap van het verhaal beter kunnen onthouden. Een aantal moeilijke woorden in de verhalen is vetgedrukt. Achterin deze kinderbijbel staat een woordenlijst, waarin op een voor kinderen begrijpelijke wijze wordt uitgelegd wat deze woorden betekenen.’ 

Om u ‘in the mood’ te brengen van dit wonderlijk mooie en heerlijk vruchtbare voorleesboek geef ik integraal het stukje 33. ‘God luistert naar Hanna’. Dit ook omdat onze oudste zoon bij zijn geboorte de naam van Samuel Pieter meegekregen heeft. En dat om bijzonder persoonlijke overwegingen. ‘God luistert naar Hanna. Hanna is verdrietig. Ze heeft geen kinderen. De andere vrouwen lachen haar uit. Hanna gaat naar de kerk, de tempel. Ze praat zachtjes tegen God en vraagt Hem of Hij haar alstublieft een kindje wil geven. Niet lang daarna krijgt ze een baby, Samuel. Hanna is erg gelukkig. Samuel wordt een grote jongen. Hanna neemt hem mee naar Eli, de priester. Ze heeft God beloofd dat ze Samuel bij Hem zou brengen om voor God te werken. Samuel houdt heel veel van God. 1 Samuel 1-2. God onze Vader, help mij altijd van U te houden en met U te praten. Amen. Praathoekje De naam Samuel betekent: ik heb God gevraagd hem aan mij te geven. Vraag aan mama of papa wat jouw naam betekent.’ U kent u het toegankelijke en het tintelende van dit kijk- en leesalbum. En dan te bedenken dat er nog 99 van deze epistels geschreven zijn! Om ons gezinsverhaal af te maken; de twee volgende zoons ontvingen bij hun komst de namen Timotheus Pieter en Abraham Pieter.   

ANTHONY FOKKER

Een boek dat ik sowieso niet ongelezen en ook niet ongezien kan laten leg ik voor u in de etalage, Deze biografie is mij op het lijf geschreven omdat ik dagelijks in de dreven van Fokker Aerostructures sport, onze burgervader een paar jaar terug dit bedrijf elders hulde toebracht en onlangs bij u Horizon City van Jaap Scholten introduceerde. Het gaat om het 416 bladzijden tellende, rijk geïllustreerde Anthony Fokker van Marc Dierikx en van uitgeverij Boom met de ondertitel ‘Een vervlogen leven’. Elke morgen loop ik mijn rondjes op het sportpark Slobbengors dat deels geflankeerd wordt door de fabriekshallen van de onderneming Stork Fokker, die onderdelen van de Joint Strike Figther produceert. Waar ooit Aviolanda vliegtuigboten voor de Nederlandse Marine bouwde en naam maakte, figureerde ook Anthony Fokker met het bouwen van heuse vliegtuigen. Ik wees bij de presentatie van ‘Horizon City’ op blz. 181 waar wij via een portret oog in oog staan met de ondernemer Fokker die leefde van 1890 tot 1939. Ik stelde toen ook dat ik aandacht wilde besteden aan de speech die burgemeester De Bruin in  2013 in Schwerin hield. De tijd is daar nu helemaal rijp voor omdat twee chapiters van Anthony Fokker de titel van ‘Schwerin’ dragen. Om de gedachten te bepalen: het Duitse Schwerin is de hoofdstad van de staat Mecklenburg-Voor-Pommeren en is niet alleen bij ons bekend geworden door Anthony Fokker maar ook door prins Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina. Voor ik burgemeester De Bruin het woord geef, reik ik de tekst van de omslag aan. Een volgende keer treden wij via Anthony Fokker in het spoor van de man die volgens de ondertitel een vervlogen leven leidde. 

De uitgever: Het leven van Anthony Fokker (1890-1939) was kort, maar overvol. Auteur Marc Dierikx beschrijft hoe de luchtvaartpionier vele ongelukken overleefde, voordat hij met dank aan de Eerste Wereldoorlog een belangrijk vliegtuigfabrikant werd. De Duitsers, met vliegenier Hermann Goering voorop, droegen Fokker op handen, en zijn machines werden gevreesd door de geallieerden. In de jaren twintig ontwikkelde Fokker zich tot de belangrijkste vliegtuigbouwer ter wereld, met fabrieken in de Verenigde Staten en Nederland. Door ruzie in de top van de onderneming en een spectaculair ongeluk met een van zijn toestellen spatte zijn Amerikaanse droom in 1931 uiteen en namen de zaken een neerwaartse wending. Ook Fokkers privéleven kende vele ups en downs. De zelfmoord van zijn tweede vrouw tekende in 1929 zijn leven en kostte hem uiteindelijk zijn zakenimperium. Anthony Fokker, een vervlogen leven, laat zich lezen als een roman. Marc Dierikx is als senior-onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en heeft tal van boeken over de luchtvaartgeschiedenis op zijn naam staan. 

Burgemeester De Bruin was in 2013 op bezoek in Schwerin waar Fokker zijn eerste vliegtuigfabriek startte. Op uitnodiging van het Koninklijk Instituut Voor Ingenieurs ging hij met een zeer gemêleerd samengestelde groep van ca. 30 personen, afkomstig vanuit luchtvaart, bedrijfsleven, historici, familierelaties en luchtmacht naar Schwerin om daar ter plekke polshoogte te nemen en nader kennis te maken met de historie van de activiteiten van Fokker. Uit zijn speech van toen pluk ik het volgende.

‘Vertegenwoordigers uit die topsectoren in Papendrecht zijn onder meer multinationals als Royal Boskalis, een wereldspeler op het gebied van baggeren en offshore, Iv-Groep, een internationaal ingenieursbureau, dat de sluisdeuren van het Panamakanaal en The Big Wheel, het reuzenrad in Londen, ontwierp. En natuurlijk … Fokker. Vliegtuigbouw kent een lange geschiedenis in Papendrecht. Al in 1927 start vliegtuigfabriek Aviolanda met een eerste opdracht voor Dornier-Wal vliegboten. Met de bouw van onder meer vliegtuigen, lestoestellen en ombouw van militaire Dakota’s tot passagiersvliegtuigen groeit Aviolanda uit tot een bekende naam. In de jaren ‘50 en ‘60 werden vooral helikopters en straaljagers voor onder meer de Nederlandse en Belgische luchtmacht gebouwd. Samenwerking met Fokker leidde in 1967 tot overname van Aviolanda door Fokker. De Papendrechtse vestiging van de onderneming bouwde vervolgens mee aan het ijzersterke merk dat in de internationale markt onlosmakelijk is verbonden met luchtvaart, vliegtuigbouw, voortdurende innovatie en ondernemerschap. Na een periode van zwaar weer, in de negentiger jaren, toonde het bedrijf haar veerkracht en veroverde opnieuw een vooraanstaande plaats in de internationale luchtvaartwereldindustrie. Fokker heeft met het revolutionaire Glare - GLAssfibreREinforced aluminium - een sterke troef in handen. Fokker ontwikkelde Glare samen met de internationaal hoog aangeschreven Technische Universiteit van Delft. 

Het materiaal wordt in Papendrecht vervaardigd en wordt o.a. toegepast in de vliegtuigrompen van Airbus-toestellen, de grootste passagiersvliegtuigen ter wereld. Verder is Fokker betrokken bij de bouw van de veelbesproken Joint Strike Fighter, de F35. Papendrecht en Fokker groeiden in deze gedeelde geschiedenis uit tot een sterk koppel. De afgelopen jaren werkten we samen verder. Onder meer aan de bouw van een nieuwe high-tech fabriekshal voor Fokker in Papendrecht en aan de voorbereidingen voor de bouw van het nieuwe internationale hoofdkantoor, ook in Papendrecht. De bouw daarvan start waarschijnlijk volgend jaar. Papendrecht bouwt voortdurend aan verdere verbindingen: regionaal, nationaal en internationaal. Ook in dat laatste hebben we geschiedenis gemaakt. Ik noem in dat verband dat Papendrecht sinds 1975 een hechte band heeft met onze Duitse partnerstad Blomberg. Net zoals Mecklenburg-Schwerin heeft Blomberg historisch gezien een sterke, koninklijke band met Nederland. Uit Mecklenburg-Schwerin komt Prins Hendrik, echtgenoot van koningin Wilhelmina. Uit de regio Lippe, waar Blomberg gelegen is, komt Prins Bernhard, de vader van koningin Beatrix. Met onze Duitse partnerstad Blomberg hebben we een rijke uitwisseling op sportief en cultureel gebied. We wisselen ook op het gebied van onderwijs kennis en ervaring uit. Sinds in Europees verband de wet is aangenomen, die passend onderwijs verplicht stelt, hebben onze vrienden in Blomberg regelmatig contact met ons om te leren hoe je vorm geeft aan passend onderwijs, dat bij ons al wat verder in ontwikkeling is. Kortom, die contacten zijn uiterst waardevol en koesteren we. Als Papendrecht leggen wij internationale contacten en breiden wij ze graag uit. Dat deden we in het verleden, dat doen we in het heden en dat blijven we doen in de toekomst. Vandaag trekken we de lijn tussen Fokker en Papendrecht door naar Schwerin. Namens Papendrecht dank ik u allen hartelijk voor die gelegenheid. Deze draagt de belofte in zich om de contacten die we hier wederzijds opdoen, te laten uitgroeien naar mooie toekomstige vormen van internationale contacten en samenwerking. Papendrecht staat hier van harte voor open en nodigt u dan ook uit voor een nadere kennismaking!’ Het zal u manifest zijn: Anthony Fokker hoort bij u in de boekenkast! 

TIJDMETERS

Ik nodig u van harte uit om met mij een literaire trip te maken door een roman die wereldwijd met open armen ontvangen wordt. Het kloeke verhaal staat in het spoor van vorige boeken die ik bij u voorbije decennium mocht introduceren. Als ik u de titels Wolkenatlas, Dertien, De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet, gaat er bij u wis en zeker een bel rinkelen. Nu leg ik op mijn leestafel het 592 bladzijden tellende Tijdmeters van David Mitchell en van Nieuw Amsterdam Uitgevers. Op het moment van dit schrijven ruisen sneeuw, hagel en regen in de tuin. Het weer nodigt niet uit om buiten te gaan stappen en mochten de weersomstandigheden ten gunste wijzigen dan blijf ik toch achter mijn bureau zitten om Tijdmeters tot mij te nemen. Zoals ik al zei gaan wij samen de komende weken van wintermaand februari een verkennende tocht door deze roman maken. Om ons daartoe te prepareren geef ik u de tekst op achterzijde paperback en citeer ik het begin van dit opnieuw spraakmakende epos.

De uitgever: ‘Op een druilerige zomerdag in 1984 ontmoet de van huis weggelopen tiener Holly Sykes een vreemde vrouw die haar in ruil voor een slok thee om 'asiel' vraagt. Pas jaren later zal Holly erachter komen wat voor asiel de vrouw precies bedoelde. Tijdmeters volgt Holly's leven. Van haar jeugd in het café in Gravesend tot haar oude dag in Ierland. Van het moment dat ze van huis wegloopt tot het moment dat ze moet overleven in een bijna failliete samenleving. De vroege verdwijning van haar jongere broertje is daarbij een belangrijk raadsel dat haar hele leven blijft doorwerken. David Mitchell weet in zijn grootse nieuwe roman de thema's en ideeën uit zijn eerdere boeken fenomenaal bijeen te brengen. Aan de hand van de ogenschijnlijk gewone Holly Sykes voert hij de lezer een bovennatuurlijke oorlog van goed en kwaad binnen, die hij tot de laatste pagina spannend weet te houden. Ontroerend, krankzinnig, bloedstollend, hilarisch, episch en mitchelliaans: meer dan ooit is dit boek niet onder één noemer te vangen.’

 Het eerste deel ‘Hittegolf 1984’ start met: ‘Ik trek de gordijnen van mijn slaapkamer open en daar heb je de dorstige hemel en de brede rivier vol schepen en boten en zo, maar ik denk al aan Vinny’s chocoladekleurige ogen, Vinny’s rug waarlangs de shampoo omlaagdruipt, zweetdruppels op Vinny’s schouders en Vinny’s plagerige lachje, en gelijk gaat mijn hart als een gek tekeer, en god wat wou ik graag dat ik wakker was geworden bij Vinny thuis in Peacock Street, en niet in die stomme kamer van mij. Gisteravond was het eruit voor ik het wist: ‘Jezus wat hou ik toch van jou, Vin,’ waarop Vinny een rookwolk uitblies, zijn prins Charles-stem opzette en zei: ‘Wij zijn werkelijk uitermáte gesteld op uw gezelschap, Holly Sykes,’ en ik deed het zowat in mijn broek van het lachen, al was ik wel een tikkeltje pissig dat hij niet ‘Ik hou ook van jou’ zei. Als ik eerlijk ben. Maar goed, vriendjes zeggen vaak de idiootste dingen om hun gevoelens te verbergen, dat staat in alle bladen. Ik wou dat ik hem nu gelijk kon bellen. Ik wou dat ze een telefoon zouden uitvinden waarmee je altijd met iedereen zou kunnen bellen, waar je ook bent. Hij is nu op zijn Norton onderweg naar Rochester, naar zijn werk, in zijn leren jack waar met zilveren sierspijkertjes LED ZEP op staat. In september, als ik zestien ben, neemt ie me mee op zijn Norton. Beneden kwakt iemand een kastdeur dicht. Ma. Niemand anders zou zo een kastdeur dicht durven kwakken. Stel dat ze erachter is gekomen… klinkt een benauwd stemmetje in mijn hoofd. Nee. Daarvoor zijn we te voorzichtig geweest, Vinny en ik. Ma is in de overgang. Dat zal het wezen. Op de draaitafel van mijn pick-up ligt ‘Fear of Music’ van de Talking Heads, en dus laat ik de naald zakken. Ik heb die plaat van Vinny gekregen, de tweede zaterdag dat we bij Magic Bus Records hadden afgesproken. Het is een waanzinnige plaat. Ik vind vooral ‘Heaven’ en ‘Memories Can’t Wait’ erg mooi, maar er staat geen enkel zwak nummer op. Vinny is in New York geweest en heeft de Talking Heads echt zien optreden, live. 

Zijn maat Dan zat bij de beveiliging en heeft Vinny na het optreden backstage gesmokkeld, voor de afterparty met David Byrne en de band. Als hij volgend jaar weer gaat, mag ik mee. Ik kleed me aan, zie elke liefdesbeet en wou dat ik vanavond naar Vinny toe kon, maar hij is met een stel maten van hem in Dover. Mannen houden er niet van als vrouwen jaloers zijn, dus doe ik alsof ik het niet ben. Mijn beste vriendin Stella is naar Londen, op zoek naar tweedehandskleren op Camden Market. Ma vindt me nog te jong om naar Londen te gaan zonder dat er een volwassene bij is, en daarom heeft Stella Ali Jessop meegevraagd in plaats van mij. Maar ik mag – wat een feest! – vandaag de bar stofzuigen voor mijn drie pond zakgeld. Jippieeeee. En verder moet ik eigenlijk leren voor de eindexamens van volgende week. Maar ik lever net zo lief lege blaadjes in. Voor mijn part kan de school de pot op met zijn stelling van Pythagoras, ‘Heer van de vliegen’ en de levenscyclus van de ringworm. Wie weet doe ik het nog ook. Ja. Wie weet doe ik dát wel. 

Beneden in de keuken is het net de Noordpool. ‘Môgge,’ zeg ik, maar alleen Jacko kijkt op van het bankje bij het raam waar hij zit te tekenen. Sharon zit verderop op de divan naar een tekenfilm te kijken. Papa staat beneden in de gang met de leverancier te praten terwijl buiten, voor de pub, de vrachtwagen van de brouwerij met grommelende motor staat te wachten. Ma staat stoofappels in blokjes te snijden en zwijgt me dood. Nou moet ik zeggen: ‘Wat is er, ma, wat heb ik nou weer verkeerd gedaan?’ maar dat verdom ik mooi. Ze heeft zeker gemerkt dat ik gisteravond te laat thuis was, maar laat ze er zelf maar over beginnen. Ik giet melk over mijn cornflakes en neem mijn bord mee naar de tafel. Ma laat het deksel op de pan kletteren en komt naar me toe. ‘Zo. Hoe zat dat gisteravond?’ ‘Ook goeiemorgen, ma. Weer een heet dagje, hè?’ ‘Nou, hoe zat dat gisteravond, jongedame?’ In geval van twijfel, hou je van de domme. ‘Hoe bedoel je?’ Haar ogen krijgen iets vals. ‘Hoe laat was je gisteravond thuis?’ ‘Oké, oké, ik was wat aan de late kant. Sorry.’ ‘Een volle twee uur is niet “wat aan de late kant”. Waar zat je?’ Ik kauw op mijn cornflakes. ‘Bij Stella. Helemaal de tijd vergeten.’ ‘Ach, wat eigenaardig. Heel eigenaardig. Ik heb namelijk om tien uur Stella’s moeder gebeld om te kijken waar je bleef, en weet je wat die zei? Dat je al voor achten was weggegaan. Dus wie zit er hier te liegen, Holly? Jij of zij?’ Shit. ‘Toen ik bij Stella was weggegaan heb ik nog een wandelingetje gemaakt.’‘En waar mag dat wandelingetje je dan wel heen gevoerd hebben?’ Elk volgend woord komt er bijtend uit. ‘Langs de rivier, oké?’ ‘En welke kant ging dat wandelingetje op, als ik vragen mag? Richting zee of de andere kant op?’ Ik blijf even stil. ‘Wat maakt dat nou uit?’ Op tv, in de tekenfilm, klinken een paar ontploffingen. Ma zegt tegen mijn zus: ‘Zet dat ding uit en doe de deur achter je dicht, Sharon.’ ‘Dat is gemeen. Holly is degene die op d’r kop krijgt.’ ‘Ik waarschuw je, Sharon. En jou ook, Jacko. Ik wil…’ Maar Jacko heeft de benen al genomen. Wanneer Sharon ook is vertrokken gaat ma opnieuw tot de aanval over. ‘En maakte je die “wandeling” helemaal alleen?’

Op de omslag staan ook van gerenommeerde  dagbladen  loftuitingen als ‘fantastisch’, ‘laat literair alle hoeken van de kamer zien’, uitzinnig intens en onthutsend vitaal’ en ‘meedogenloos,briljant proza met veel controversiële onderwerpen’. Op onze leestocht door Tijdmeters van David Mitchell zullen wij deze epitheta op hun waarde beoordelen. In ieder geval zeggen wij tegen elkaar; hoe heerlijk is het een goed boek te lezen!