bezichtig.nu
top lefttop middentop right

Piet Kapteins Cultuurmix

 

Cultuurmix Archief

CULTUURMIX 8 MAART 2010

Piet Kapteins Cultuurmix is een persoonlijke rubriek, waarin de auteur zijn mening geeft over zaken die hem in cultureel opzicht bezighouden. Hij verwoordt hierin dus niet de mening van de st. CRP.


Matisse tot Malevich

Die donderdagmorgen van de vierde maart reed ik de dik negentig kilometer om te geraken in het artistieke lustoord aan de Amstel, de Hermitage Amsterdam. Op de in mist gehulde A15 en A27  dacht ik aan de door de verkiezinguitslagen opgeroepen reuring van de avond daarvoor en op de door de zon overladen A2 ging ik verder terug in de tijd, naar de jaren negentig toen wij Hermitage St.-Petersburg aandeden om te verwijlen voor het grandioze werk ‘De verloren zoon’ van Rembrandt. 

Onze reisleidster bepaalde het strakke tempo en bood niet de gelegenheid ons in andere zalen op te houden. Dus ook niet daar waar het arsenaal was aan schilderijen van fauvisten en kubisten als Matisse en Picasso, waaraan het paleis aan de Neva ook zo rijk moest zijn.  Zoveel jaar na dato zou het echter allemaal goed komen. Op de uitnodiging voor preview van de expositie ‘Matisse tot Malevich. Pioniers van de moderne kunst uit de Hermitage’ had ik het immers gelezen.

‘De Hermitage in St.- Petersburg herbergt een van de beste collecties Franse schilderkunst uit het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw. Dit bijzondere deel van de collectie bevat honderden meesterwerken van kunstenaars die als pioniers van het modernisme kunnen worden beschouwd, onder meer Matisse, Van Dongen, Derain, De Vlaminck en Picasso. In de tentoonstelling wordt het begrip in een historisch perspectief geplaatst en is er ruime aandacht voor de manier waarop de kunstenaars aan deze revolutionaire vernieuwing in de kunst deelnamen. De oorsprong van deze collectie ligt bij de beroemde Russische verzamelaars Morozov en Sjtsjoekin. Voor het eerst zullen in Nederland hoogtepunten uit deze ‘moderne’ verzameling Franse kunst van de Hermitage te aanschouwen in een tot en met 17 september gaande tentoonstelling, die zijn weerga in de Nederlandse musea niet kent.’ Het klonk allemaal veelbelovend.

In de aula keek ik met honderden collega’s naar het podium waar vanaf gerenommeerde deskundigen lovende woorden over ‘Matisse tot Malevich’ lieten dwarrelen. Onder hen directeur Ernst Veen, hoofd afdeling tentoonstellingen Marlies Kleiterp en gastconservator Henk van Os die elkaar vonden in loftuitingen: De 75 te kijk hangende werken van de omvangrijke collectie avant-garde uit het Russische rijk vormen een kleurrijk festijn voor het oog.

Het gaat niet aan dat ik u een resumé ga geven van het die morgen gezegde. Veel beter is het dat u zich spoedt naar Amstel 51 om al het moois te ondergaan. En dan met de audio tour als gids. Ik wil u vermeien met het noemen van de twintig werken die bij mij wel heel goed arriveerden: vanwege hun riante rijkdom aan kleur, aan compositie, aan concept, aan elan, aan durf, aan thema, aan vernieuwing. Matisse en Malevich, en al hun genoten in de kunst schiepen een eigen wereld.

Henri Matisse : De jeu-de-boulespelers
Henri Matisse : De rode kamer
Henri Matisse : Stilleven met blauw tafelkleed
Albert Marquet : De haven van Hamburg
Vasily Kandinsky : Compositie VI
Vasily Kandinsky : Winter
Kees van Dongen : Dame met zwarte hoed (zie rechts)
Pablo Picasso : De absintdrinkster
Pablo Picasso ; Tafeltje in een café
Pablo Picasso : Vrouw met een waaier
Chaim Soutine : Zelfportret
Kazimir Malevich : Zwart vierkant
Henri Matisse : Dame in het groen
Kees van Dongen : Lucie en haar danspartner
Maurice de Vlaminck : Stadje aan de oever van de Seine
Henri Manquin ; Compositie VI
Albert Marquet : Notre-Dame in de regen
George Rouault ; Lente
Othon Friesz : De verzoeking
Charles Guérin : Vrouwelijk naakt (zie afbeelding boven links) 

Mijn opzet is nu enkel alleen u op te roepen tot een bezoek aan Hermitage Amsterdam. Ik weet zeker dat ook u in de bekoring zult geraken van visie en vakmanschap, glans en glamour, ziel en zin, elan en emotie, contrast en charme van de schilders die fauvisten, ‘wilde dieren’, werden genoemd. En van de altijd experimenterende Picasso die als kubist hard en strak te werk ging. Uiteraard kent ook deze expositie voor mij haar onbetwiste  topper: ‘Dame met zwarte hoed’ van Kees van Dongen. Daarover een volgende keer.

Van nature

Om de viering van mijn jaardag luister bij te zetten trakteerde schoonzus Johanna ons op een pot onvervalste natuur: bosbessenjam uit het domein van De Heerlijkheid van Papendrecht. Een zwak heb ik voor die vruchten, want ze doen mij denken aan de vreugdevolle vakanties uit mijn jonge jaren. Met ouders, broers en zus vertoefde ik in een houten huisje in de bossen tussen Amerongen en Leersum en het vergaren van bosbessen was steevast een punt van het zonnige programma.

Het verorberen van de wilde  blauwe vruchtjes na de maaltijd vormde een smulfestijn, vooral als moeder ze op een taart had gevlijd. De sensatie van de bosbessen voelde ik weer toen ik de 294 bladzijden tellende, formidabele gids Van nature van Ria Loohuizen en uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep door de postbode aangereikt kreeg. Vooral de ondertitel kwam bij mij goed over: ‘Het verzamelen en koken van wilde planten, vruchten, noten en paddestoelen’, zo gaat die.

Van nature is een lust voor het oog, want de illustraties in kleur, gekozen door Diny Winthagen uit de Hortus Bibliotheek, zijn echt ontroerend mooi: zo tamme kastanje, hazelaar, walnoot, jeneverbes, hop, vlier, lijsterbes, hondsroos, viooltje, wilde tijm, bijvoet, paardebloem, boerenwormkruid, melkdistel, muurpeper, klaproos, brave hendrik, engelwortel, grote klis, mierikswortel, wilde peen, teunisbloem, zeeaster, zeewier, cantharel, champignon en nog een paar. 

Wat deze planten, bomen en paddestoelen gemeen hebben? Ze kunnen, met alle andere in Van nature beschreven gewassen, in onze dagelijkse levensbehoefte voorzien. De belangrijkste vindplaatsen in Nederland daarvan zijn bossen, vennen, moerassen, duinen, schorren, strand, weilanden, heidevelden, wegbermen, hooilanden, akkers, parken, dijken, houtwallen en polder. Ria Loohuizen gidst u naar deze vruchtbare oorden en wijst u op o. a  brandnetel, zuring, hop en zeekraal.

Maar daar volstaat zij niet mee. Haar doel is immers: ‘mensen te helpen hun kennis op te frissen door in een geordende vorm op te sommen hoeveel lekkere dingen er gratis voor het oprapen of plukken zijn.’ Zij wil overbrengen: ‘hoe leuk het kan zijn om een wandeling te combineren met oogsten, en laten zien hoe lekker je kunt koken met wilde producten, die veel meer smaak hebben dan hun gekweekte tegenhangers.’ Ook wil zij het gevoel van onze verre voorouders bij ons oproepen.

Dat Ria Loohuizen grandioos in haar opzet geslaagd is, wil ik aantonen. Door integraal aan u door te geven haar verhaal over onze bosbes. U zult dan met mij onder de indruk geraken van de toegankelijkheid en transparantie van haar teksten.

‘Bosbes (rode of vossenbes en blauwe) – Vaccinium vitis-idaea; Vaccinium myrtillus. Volksnamen: bikbeeren, euverberen, keutelbeeren, klokkebeien, krakelbes, palmbessen, waldbes, worbelen, hondsbes, kroosjesbes, preiselbes, rode krakelbei. Deze wilde bessen groeien vaak vlak bij elkaar in het bos. De rode bosbes of vossenbes, een dwergstruik met leerachtige, omgekrulde blaadjes en witte bloempjes, heeft dezelfde smaak als de cranberry of veenbes, een gecultiveerde vorm die geteeld wordt op Terschelling. De rode bosbes is wintergroen en krijgt besjes in kleine trossen, wat het plukken vergemakkelijkt, ook omdat ze hard blijven en dus altijd eerst gekookt moeten worden. De besjes hangen tot in de winter aan de struik. De blauwe bosbes is een hogere plant (tot een halve meter) met lichtgroene kantige takken, een bolvormige kroon die groenig of roodachtig aangelopen is; de blaadjes zijn iets gekarteld en de bloemen staan alleen in de oksels; ze vallen af in het najaar. De zachte blauwe besjes zijn vanaf eind mei, begin juni al rijp. Beide bessensoorten behoren tot de heideachtigen (ericaceae). Gebruik De rode bosbes of vossenbes is een waarvolle wilde plant, die veel vitamines bevat en net als zijn gekweekte neefje de cranberry een heilzame werking heeft op de blaas. Verwerkt in gelei of jam, met of zonder toevoeging van andere (bos)vruchten, is hij heerlijk, ook bij vlees en gevogelte. Ook in taarten komt zijn smaak goed tot zijn recht. De blaadjes kunnen we gebruiken in thee(mengsels). De blauwe bosbes is een van de lekkerste wilde vruchten, maar lastiger om te plukken, want je knijpt ze gauw fijn en je moet ze een voor een van de steeltjes halen. Er zijn allerlei instrumenten op de markt gebracht om het plukken te vereenvoudigen, waaronder een soort halfopen bakje met een kamachtige deksel, waarmee je de bessen van de takken kunt rissen. Behalve ze zo rauw in je mond te stoppen, zijn voor de hand liggende manieren om bosbessen te gebruiken gelei en jam, muffins en taarten, maar ook in salades met een beetje verse munt.’

De kracht van Loohuizen is dat zij ons beter naar de natuur leert kijken en eruit eten. Met liefde geeft zij haar kennis door.



PIET KAPTEIN OVER ZIJN CULTUURMIX:

Al jaar en dag prijs ik mij gelukkig dat ik op een aantal kabelkranten, websites en radiostations in de wijde regio van Dordrecht, dus ook via de website van de st. CRP, lezers en luisteraars verslag mag doen van mijn culturele belevenissen. Ooit had ik bij mijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht Kunstgeschiedenis als bijvak en nu vind ik het heerlijk in mijn ‘nadagen’ de toen opgedane kennis te activeren in mijn teksten over literatuur, tentoonstellingen, film, musical, musea en andere cultuurmanifestaties. Niet dat ik echte recensies debiteer, want het gaat mij enkel en alleen om het vestigen van de aandacht op artistieke producten die ik gelezen, gezien, beleefd of doorleefd heb, die ik goed vind en die op de dagen na publicatie meteen door iedereen te genieten zijn.

Zo mocht ik het hebben over Knielen op een bed violen van Jan Siebelink in de wetenschap dat die roman op de schappen in de boekwinkel lag. Zo mocht ik rapporteren over mijn visitatie aan de tentoonstelling ‘Parijs bij nacht. Toulouse-Lautrec’ wetende dat de Kunsthal daarvoor de deuren nog lang wijd open had staan. Zo gaf ik mijn persoonlijke gevoelens weer na het zien van ‘Das Leben der Anderen’ met de notitie dat in Pathé De Kuip die film nog weken zou staan. Zo etaleerde ik mijn bevindingen bij ‘Rembrandt’ overwegende dat deze musical in Nieuwe Luxor nog heel wat keren gebracht zou worden.

Kortom: ik vind het een plezierige bezigheid mijn mensen te attenderen en te trakteren op culturele items die ik de moeite waard vind. Als ik iets heb meegemaakt wat de toets van mijn kritiek niet kan doorstaan, zwijg ik daarover in alle talen. Mijn devies is nu eenmaal: ik breng alleen goed nieuws in mijn Cultuurmix.