Piet Kapteins Cultuurmix
Die vrieskoude, zonovergoten zaterdagmorgen van de zesde maart koerste ik met grote verwachtingen naar Bleskensgraaf om op de zolder van het achterhuis van Boerderij Gijbeland een hartverwarmende en gemoedsvolle meeting te beleven. Daar onder de hanenbalken van het rustieke pand nabij vaart en beemd zou immers de presentatie plaatsvinden van een boek waarnaar door velen al lang uitgezien was: de biografie J. W. Ooms van de hand van Jan Boele. Rijdend over de stille N214 kwamen beelden op mijn netvlies van de vergadering op vrijdagavond 15 maart 1974, toen wij als bestuursleden van de Stichting Openbare Christelijke Centrale Plattelandsbibliotheek Zuid-Holland aan de Constantijn Huygenslaan in Papendrecht onder voorzitterschap van J. W. Ooms uit Giessenburg over de targets van onze bezigheden discussieerden. Wij moesten met pijn in het hart traceren dat ons draagvlak steeds minder werd. Vooral nestor Ooms hield een warm en vurig pleidooi voor het behoud van de protestants-christelijke identiteit van onze bibliotheken, toen de fusie met algemene en rooms-katholieke organisaties ter sprake kwam. Nog zie ik de man van zestig aan het hoofd van de tafel oreren: met rood aangelopen gezicht verwoordde hij zijn visie op de eigen aard van literatuur en lectuur die hem zo na aan het hart lag. Het uur u was volgens hem aangebroken: to be or not to be! Meteen dacht ik terug aan de pittige discussies die ik met Ooms mocht hebben. Hij stond pal voor het werk van auteurs als Antoon Coolen, Herman de Man, Jan Eekhout en Anton Roothaert en kon er geen waardering voor opbrengen dat ik met leerlingen havo/vwo klassikaal episodes las uit Wierook en tranen van Ward Ruyslinck, Serpentina ’s petticoat van Jan Wolkers, De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans en Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch. Decennia lang heb ik sindsdien met wat weemoed aan de weinig toegankelijke, ietwat steile Ooms teruggedacht. Hij was immers een erkend mannenbroeder die als gevierd auteur van vele romans en verhalen voor zijn idealen stond, zijn opvattingen met verve verdedigde, zijn geloof uitdroeg, zijn Alblasserwaard kleur gaf, zijn streekgenoten tot leven bracht en daarbij hun taal liefdevol gebruikte. Maar toch wist ik schromelijk te weinig van de ware ins en outs van Ooms’ levensloop. In dat tekort zou pal onder het dak van het achterhuis voorzien worden. Bovenaan de trap werd de toegestroomde schare van genodigden verwelkomd met een bak koffie begeleid door een petitfour met marsepeinen ex libris van Ooms. Het was aan voorzitter van de J. W. Ooms Stichting Van Leussen om het postume eerbetoon aan ‘de zoon van het gewest’ van start te doen gaan. Met veel verve schetste hij het eminente belang van Ooms, die altijd goed gedocumenteerd zijn streek beschreef. Maar Ooms was niet alleen een rasechte schrijver, hij onderscheidde zich ook o.a. als schilder, politicus, verzetsman, directeur bibliotheken, dammer, redenaar en geitenfokker. Van Leussen zag dan ook in de presentie van drie burgemeesters, mevrouw E. Boot van Giessenlanden, heer D. R. van der Borg van Graafstroom en heer K. J. G. Kats van Liesveld een onderstreping van het belang dat Ooms voor de Alblasserwaard heeft. Ooms zette de weidse landouwen op de kaart. Blij was Van Leussen met de door Boele vervaardigde biografie over Ooms. Mocht in 2006 in Boerderij Gijbeland al de Oomskamer geopend worden, nu was daar een tweede hoogtepunt: een monument ter nagedachtenis aan de schrijver die af en toe op humoristische maar immer beeldende wijze het land tussen Lek en Merwede beschreef. ‘Boele verzamelde puzzelstukjes uit leven en werk van Ooms, deed onderzoek, studeerde en bracht die voortreffelijk onder in een biografie.’ Burgemeester Van der Borg sprak mede namens zijn collega’s, wier voorgangers ooit Ooms als ingezetene kenden. Complimenten had hij voor Boele, want met veel plezier had hij diens boek al tot zich mogen nemen. J. W. Ooms laat je niet meer los, je blijft erin lezen, je leest het in één adem uit. Hij zei ook dat hij getroffen was door de standvastigheid van Ooms in het werk en door de wankelmoedigheid in het geloof. Volgens hem laveerde Ooms tussen zoeken en zeker weten. Het slotakkoord op zolder was aan Jan Boele, die heel bevlogen en gedreven over zijn twaalf jaar met Ooms bezig zijn berichtte. Wat ooit begon met een bezoek aan de rommelmarkt in Bleskensgraaf, waar hij voor twee gulden de roman Water over Holland kocht, liep uit op een fascinatie voor leven en werk van de auteur ervan. Vooral Ooms’ passie voor landschap en historie van de Alblasserwaard in de jaren 1900-1940 en diens niet-literaire vertelwijze boeiden hem. De blinde vlekken vulde Boele op door archiefonderzoek, gesprekken met tijdgenoten van Ooms, het lezen van diens hele oeuvre en met het bezoeken van de plaatsen waar Ooms ooit woonde: Groot-Ammers, Brandwijk, Rotterdam, Soest, Velp, Woudenberg en Giessenburg. De puzzel van Ooms’ leven kon hij aldus stukje voor stukje leggen, wat leidde tot een rijk geïllustreerde biografie van 166 bladzijden met een pracht van een papier en met de J. W. Ooms Stichting als uitgever. Boele zei ook dat hij in Ooms een veelzijdig mens ontmoet had, die geen doorsnee mens en een groot autodidact was. ‘Ooms was binnen en buiten de Alblasserwaard verguisd en geliefd, hij beschikte over een mooi palet, hij leidde een interessant leven, zijn biografie geeft daarvan een totaal overzicht, herneemt zijn leven op een andere wijze en geeft toekomst aan een leven uit het verleden.’ Boele ook: ‘Ik ben blij, dankbaar, trots en opgelucht, het was een prachtige reis met een geweldige bestemming’. De burgervader van Graafstroom heeft gelijk: de biografie J. W. Ooms lees je in één adem uit. Ik wil u van mijn leesavontuur daardoorheen later verslag van doen. In de authentiek ingerichte kamer van Ooms hield ik lang halt en front voor tien van zijn romans. Water over Holland, Koster Besaan, De Haneveertjes, Daggelders, De watermolen, De Korevaars, Dijkleger, De muizen in het land, Een man in de branding, De grote ommekeer, ik blikte naar hun ruggen. En ik besefte de betekenis van Ooms: hij legde voor altijd de polder vast, zorgde dat veertig jaar De Waard niet aan de vergetelheid prijsgegeven is. Hij schiep waardevolle werken omdat hij een fraai landschap met zijn boeiende bewoners in woorden wist te vatten. Voor de kast hield ook Aantjes zich op, die als vriend en politicus in 1974 tijdens de rouwdienst voor Ooms zei: ‘Zijn leven is gekenmerkt door liefde, verbondenheid aan het land en volk waaruit hij voortkwam.’ Boele vervaardigde met groot elan een doorwrocht werk over een grote zoon van ons gewest. Een van de sympathieke en sterke punten van Boele is dat hij ruim baan maakt voor de romans van Ooms. Hij memoreert, resumeert, citeert en bespreekt ze. Zo zegt hij: ‘De thema’s in De watermolen waren, net als in De Korevaars, problemen rond het vinden van de juiste huwelijkspartner, de sociale verhoudingen van de bevolking, de strijd tegen het water en de geloofsstrijd.’ Een persoonlijk getinte notitie. Ik groeide op in Kralingseveer, aan de oostkant van Rotterdam, waar destijds de weg naar opoe Kaptein op het Arkelshof over de Karsenstoep leidde. Dominee Kars woonde naast de naar hem vernoemde opgang voor en in de oorlog, totdat hij als lid van de verzetsgroep Leeuwengarde door de Duitsers in april 1942 opgepakt en eind van dat jaar gefusilleerd werd. Jan Kars was ooit godsdienstleraar in Brandwijk, waar Jo Ooms hem ontmoette. Ik citeer Boele: ‘ Net voordat hij ter dood gebracht werd, schreef hij een afscheidsbrief aan zijn familie en vrienden. Ook Ooms ontving een brief. Hij was totaal van slag door de door van zijn vroegere leermeester. Johan, de zoon van Kars, schreef aan Ooms: ‘Op 29 december 1942 werd hij uit zijn cel gehaald en op transport gesteld naar Amersfoort waar ze op een prachtplekje op de heide aan 29 helden het doodsvonnis velden’. Juist in deze tijd raakte Ooms intensief bij de strijd tegen de Duitse bezetters betrokken.’ Ik citeer mijn vader zaliger die in zijn memoires passages aan dominee Kars wijdde. ’Een grootscheeps opgezette actie om door handtekeningen dit vonnis ongedaan te krijgen, mislukte, zodat hij op 29 december voor het vuurpeloton het leven liet. Groot was de verslagenheid, niet alleen bij zijn vrouw en kinderen, familie, gemeente, maar ook bij allen die hem kenden. Alle geschilpunten werden toen opzij gezet: een goed vaderlander was door de vijanden van ons volk gedood.’ De biografie J. W. Ooms is voor 17,95 euro te koop bij boekwinkels in de Alblasserwaard, via www.jwooms.nl en zaterdags van 14.00 tot 16.30 uur in museum het Voorhuis in Bleskensgraaf, waar tot en met 4 september de expositie over leven en werk van de auteur te bezichtigen is. PIET KAPTEIN OVER ZIJN CULTUURMIX: Zo mocht ik het hebben over Knielen op een bed violen van Jan Siebelink in de wetenschap dat die roman op de schappen in de boekwinkel lag. Zo mocht ik rapporteren over mijn visitatie aan de tentoonstelling ‘Parijs bij nacht. Toulouse-Lautrec’ wetende dat de Kunsthal daarvoor de deuren nog lang wijd open had staan. Zo gaf ik mijn persoonlijke gevoelens weer na het zien van ‘Das Leben der Anderen’ met de notitie dat in Pathé De Kuip die film nog weken zou staan. Zo etaleerde ik mijn bevindingen bij ‘Rembrandt’ overwegende dat deze musical in Nieuwe Luxor nog heel wat keren gebracht zou worden. Kortom: ik vind het een plezierige bezigheid mijn mensen te attenderen en te trakteren op culturele items die ik de moeite waard vind. Als ik iets heb meegemaakt wat de toets van mijn kritiek niet kan doorstaan, zwijg ik daarover in alle talen. Mijn devies is nu eenmaal: ik breng alleen goed nieuws in mijn Cultuurmix.
Cultuurmix Archief
CULTUURMIX 15 MAART 2010
Piet Kapteins Cultuurmix is een persoonlijke rubriek, waarin de auteur zijn mening geeft over zaken die hem in cultureel opzicht bezighouden. Hij verwoordt hierin dus niet de mening van de st. CRP.
J. W. Ooms
Wij als overige bestuursleden probeerden enige nuancering aan te brengen in de zienswijze van Ooms en dat lukte maar ten dele. Aan het eind van de vergadering deelde hij mee dat hij de voorzittershamer, die hij sinds 1971 gehanteerd had, neerlegde. Hij voelde zich onbegrepen. Met gemengde gevoelens namen wij van elkaar afscheid. De volgende dag bereikte ons de trieste mare dat J. W. Ooms in zijn slaap aan een hartstilstand was overleden. Ik voelde mij heel beduusd.
Boele kwam ook in contact met Ooms’ ambassadeur bij uitstek, de weduwe To Ooms-Slob aan de Doetseweg in Giessenburg, en dat leidde tot het ontdekken van een ware Fundgrube van doen en laten van Ooms: diens meer dan driehonderd schilderijen, aquarellen, tekeningen van vooral polderlandschappen en dorpsgezichten uit de Alblasserwaard en diens volledige archief dat in een grote, grijze kist in de vroegere werkkamer was opgeborgen. Boele las en veel kwam hij op het spoor.
In de slipstream van het trio burgemeesters dook ik de trap af om te geraken in het Voorhuis van het Historisch Museum waar de opening van een aan Ooms gewijde tentoonstelling, verdeeld over vier vertrekken, zou plaatsvinden. Staande voor de door Ooms in 1942 vanwege de schaarste op karton geschilderde ‘De stier van Paulus Potter’, zag ik hoe notaris Van Leussen een stapeltje antiquarische boeken van Ooms en diens gloednieuwe biografie voor 105 euro veilde.

Al jaar en dag prijs ik mij gelukkig dat ik op een aantal kabelkranten, websites en radiostations in de wijde regio van Dordrecht, dus ook via de website van de st. CRP, lezers en luisteraars verslag mag doen van mijn culturele belevenissen. Ooit had ik bij mijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht Kunstgeschiedenis als bijvak en nu vind ik het heerlijk in mijn ‘nadagen’ de toen opgedane kennis te activeren in mijn teksten over literatuur, tentoonstellingen, film, musical, musea en andere cultuurmanifestaties. Niet dat ik echte recensies debiteer, want het gaat mij enkel en alleen om het vestigen van de aandacht op artistieke producten die ik gelezen, gezien, beleefd of doorleefd heb, die ik goed vind en die op de dagen na publicatie meteen door iedereen te genieten zijn.


