Piet Kapteins Cultuurmix
Als intro voor haar hoofdstuk ‘Auschwitz-Birkenau’ koos Göbel de smartelijke zinnen ‘Ik heb nooit vogels horen fluiten in Birkenau. Misschien waren ze er wel, maar een beschrijving van dit kamp tart dermate het menselijk bevattingsvermogen – daar konden gewoon geen vogels zijn. Gras was er in elk geval niet – dat was opgegeten door de gevangenen.’ Aan het woord is Janny Moffie-Bolle, die na haar gelukkige jeugdjaren in Amsterdam in 1944 in de hel van onheil is beland. En of dat niet rampzalig genoeg is: als de gruwelen van de oorlog voorbij zijn en Janny terug in Holland is, wordt zij niet met open armen ontvangen. Men neemt het haar niet in dank af dat zij het aangedurfd heeft de concentratiekampen te overleven. Schrijnend is dan ook de lijst in Een hemel zonder vogels met daarop de namen van de overleden mensen uit haar familie, die weggehaald en vermoord zijn. ‘Zoveel tegelijk dat je denkt: hoe is dat mogelijk, een hele familie’, schrijft Janny. Esther Göbel verdient onze lof en dank, want zij durfde tussen mei 2007 en november 2009 met Janny Moffie-Bolle gesprekken aan te gaan over haar erbarmelijke ervaringen in Westerbork, Auschwitz-Birkenau, Gross-Rosen en Bergen-Belsen. Janny heeft recht op onze gevoelens van respect en eerbetoon, want zij had de innerlijke moed haar relaas te vertellen, dat zij opdraagt aan haar kinderen en kleinkinderen. Janny is een icoon van het leed de Joden aangedaan. ‘Een hemel zonder vogels’ roept erom geciteerd te worden. Dat zal ik doen, maar niet voordat ik u gemeld heb dat de herinneringen van Janny zoals die ingebed zijn in de gesprekken met Esther nog meer aan waarde gewonnen hebben door de vondst van een paar schriftjes die Janny totaal vergeten was: ze bevatten een verslag, kort na de oorlog geschreven van haar belevenissen in het Portugees- Israëlitisch Ziekenhuis, haar onderduik en haar ervaringen in de concentratiekampen. ‘Alles was met sneeuw bedekt. Heel in de verte zagen we grijze stenen barakken met daaromheen, op een afstand van één tot anderhalve meter, lampen, waartussen een hek van beton en prikkeldraad. De wind was fel en sloeg ons in het gezicht. Max en ik stonden daar te midden van honderden anderen, wetende dat dit het einde betekende van ons samenzijn. Er gaat geen dag voorbij of Janny ziet de afschuwelijke beelden uit de oorlog aan haar voorbijtrekken, maar toch heeft zij oog gehouden voor de mooie dingen uit haar leven; voor haar jonge jaren in de schutse van het rijke Joodse leven, voor haar huwelijk met David Moffie, voor haar kinderen en kleinkinderen, voor haar zijn op deze wereld. Naar de foto’s blijf ik kijken: zij die niet konden bevroeden welk vreselijk onheil hun wachtte, blikken ons frank en vrij aan. Grote Verwachtingen De opzet van Grote Verwachtingen – de titel is ontleend aan Dickens’ roman uit 1861 – is gelijk aan die van de andere twee bestsellers van Steinz die ook als target hebben ons aan het lezen te krijgen en ons oog voor dwarsverbanden te laten krijgen: Lezen &tcetera uit 2004 en Het web van de wereldliteratuur uit 2007. Ik ontvouwde bij de introductie ervan aan u het format en derhalve kan ik nu volstaan met te melden dat Grote Verwachtingen van een gelijk niveau is. Dat wil ik u illustreren door deels de door Steinz ontworpen tekst bij Karakter van F. Bordewijk door te geven, en wel de inleiding en het commentaar. Dus niet het schema met het ‘boekweb’, waarin behalve de boeken van de auteur en zijn of haar literaire invloeden ook leestips gegeven worden onder het motto ‘Wat lezen na…? Maar niet voordat ik u gezegd heb dat Steinz een gouden greep gedaan heeft uit de wereldliteratuur met opgroeien als vruchtbaar thema. Elf door Steinz uitverkoren boeken komen uit het Nederlands taalgebied: Tommy Wieringa: Joe Speedboot, Adriaan van Dis: Familieziek, Renate Dorrestein: Een hart van steen, A. F. Th. van der Heijden: Het leven uit een dag, Hugo Claus: Het verdriet van België, Jan Wolkers: Terug naar Oegstgeest, Hella S. Haasse: Oeroeg, Theo Thijssen: Kees de jongen, Nescio: Titaantjes, Multatuli: Woutertje Pieters en natuurlijk Karakter van F. Bordewijk. Het past mij niet kanttekeningen te plaatsen bij dit elftal van Steinz. En ook niet dat ik Steinz wijs op Stenen voor een ransuil van Maarten ’t Hart of Jaapje van Jacobus Van Looy. Mij betaamt aan Steinz hulde te brengen, want hij is als de schrijver van een goede reisgids; hij nodigt uit tot het maken van een tintelende tournee door het land der letteren. Met Grote Verwachtingen in uw valies reist u met de juiste uitrusting door een landschap met alleen maar pieken. ‘Hoekig en nors. Zo is het proza van F. Bordewijk. ‘Wij moeten de spreekwoordelijke wijdlopigheid van de Nederlanders bekampen,’ laat hij zijn personage Bint zeggen in de gelijknamige roman uit 1934. ‘Versobering, verstrakking zal een eis zijn’, schreef hij tezelfdertijd in ‘Het Vaderland’. Dat het hem ernst was, had hij al bewezen in zijn geruchtmakende miniromans uit de eerste helft van de jaren dertig. Pas in latere boeken kwam de Haagse advocaat- schrijver een beetje los van de zogenoemde gewapend-betonstijl, waarin de beschrijving van slechte gebitten en de keuze van persoonsnamen (‘Kiekertak. Punselie, Van der Karbargenbok’) de enige barok vormden. Misschien is het daarom dat moderne lezers vooral het in 1938 gepubliceerde ‘Karakter’ in hun hart hebben gesloten. Karakter is voor mij een echte klassieker en dat betekent o.a. dat ik de roman meerdere malen tot mij genomen heb. Door toedoen van Grote Verwachtingen van Steinz ben ik Karakter nog dieper gaan beminnen, want door mij niet vermoede lagen en verbanden werden aangereikt. PIET KAPTEIN OVER ZIJN CULTUURMIX: Zo mocht ik het hebben over Knielen op een bed violen van Jan Siebelink in de wetenschap dat die roman op de schappen in de boekwinkel lag. Zo mocht ik rapporteren over mijn visitatie aan de tentoonstelling ‘Parijs bij nacht. Toulouse-Lautrec’ wetende dat de Kunsthal daarvoor de deuren nog lang wijd open had staan. Zo gaf ik mijn persoonlijke gevoelens weer na het zien van ‘Das Leben der Anderen’ met de notitie dat in Pathé De Kuip die film nog weken zou staan. Zo etaleerde ik mijn bevindingen bij ‘Rembrandt’ overwegende dat deze musical in Nieuwe Luxor nog heel wat keren gebracht zou worden. Kortom: ik vind het een plezierige bezigheid mijn mensen te attenderen en te trakteren op culturele items die ik de moeite waard vind. Als ik iets heb meegemaakt wat de toets van mijn kritiek niet kan doorstaan, zwijg ik daarover in alle talen. Mijn devies is nu eenmaal: ik breng alleen goed nieuws in mijn Cultuurmix.
Cultuurmix Archief
CULTUURMIX 27 JULI 2010
Piet Kapteins Cultuurmix is een persoonlijke rubriek, waarin de auteur zijn mening geeft over zaken die hem in cultureel opzicht bezighouden. Hij verwoordt hierin dus niet de mening van de st. CRP.
Een hemel zonder vogels
In deze dagen van mei nam ik een relaas tot mij dat mij lang zal bijblijven. Zo ontroerend, zo triest, zo onthutsend, zo bizar en zo onmenselijk is het verhaalde. Ik heb het over Een hemel zonder vogels van Esther Göbel, met als ondertitel ‘Het aangrijpende levensverhaal van Janny Moffie- Bolle’ en met als uitgever Balans. De 216 bladzijden ervan bevatten het schrijnende levensverhaal van een Joodse vrouw die de verschrikkingen van de Holocaust doorstond en nu 89 jaar is.
De lijst hakt erin: ‘Ons gezin Levie Bolle Auschwitz, Klaartje Bolle-Kornalijnslijper Auschwitz, Matthea Porcelijn-Bolle Auschwitz, Leendert Porcelijn Jawiszowice, Salomon Porcelijn Amsterdam, Nathan Bolle Polen, Esther Bolle-Blom Auschwitz, Jacob Bolle Sobibor. De data van geboorte en van overlijden spreken trieste taal: alle familieleden van Janny zijn in 1943 of 1944 door de naziebeulen van het leven beroofd. De meesten van hen mochten nog geen 35 jaar worden.
De aankomst van Janny in Birkenau verwoordt Esther aldus:
Nieuwe bevelen rukten ons ruw los uit onze gedachten. De mannen moesten aantreden, Max moest weg en heel vlug gaven wij elkaar een afscheidskus. ‘Dus tot na de oorlog’ – met deze woorden bleef ik achter. Daar ging hij. Veel tijd om erover na te denken kreeg ik niet, want ook de vrouwen moesten aantreden in rijen van vijf. Aan het einde van de ‘Rampe’ stond een SS- officier. We moesten langs hem defileren. De rij zette zich in beweging en toen het rijtje waarin ik liep voor hem stond riep hij: ‘Halt. Du, kommst du mal hier. Wie alt bist du?’ Ik antwoordde: ‘Drieëntwintig jaar.’ ‘An dieser Seite,’ zei hij en ik trad uit de rij. Wat dat betekende wist ik niet.
Er werden nog meer vrouwen uitgekozen. Na enkele ogenblikken vormden wij een apart groepje van ongeveer zestig jonge vrouwen. De overige gedeporteerden: vrouwen van boven de veertig, zwangere vrouwen, meisjes en kinderen – ons transport bestond uit ongeveer duizend mensen – liepen naar de gereedstaande vrachtauto’s. Er stond een aantal Rode Kruiswagens, hetgeen vertrouwen wekte. Met die wagen werden de mensen, naar ik later hoorde, regelrecht naar de gaskamers gebracht. Kinderen werden direct vergast. Kinderen, heel veel kinderen op weg om vernietigd te worden. Dat beeld laat mij nooit meer los.’
In 2009 zegt Janny: ‘Net als mijn onvermogen om met jonge kinderen om te gaan, behalve mijn eigen kinderen – dat contact is altijd goed geweest. Maar kleine kinderen in het algemeen. Dat heeft te maken met de angst dat ze doodgaan, net als de kinderen van het transport.’
Een juweel van een kleinood koester ik al vele maanden, want steeds reikte het mij tintelende teksten boordevol literaire reminders aan. Ik heb het over Grote Verwachtingen van Pieter Steinz, met als ondertitel ‘Opgroeien in de letteren in 25 schema’s’ en met Prometheus en NRC Boeken als uitgevers. In de voorbije Boekenweek noteerde ik voor u de 124 bladzijden tellende paperback als tip, maar nu wil ik u aantonen hoe sterk Steinz is in het verwoorden van zijn leeservaringen.
Steinz begint zijn introductie op Karakter van Bordewijk aldus:
‘Karakter’ is een boek om van te houden. Bordewijk zelf gaf het de ondertitel ‘roman van zoon en vader’, en inderdaad vertelt hij een verhaal over een jongen die door zijn vader in zijn leven en loopbaan wordt gedwarsboomd. Jacob Katadreuffe is de onechte zoon van de machtige deurwaarder Dreverhaven, maar is vaderloos opgevoed door zijn trotse moeder, die na haar verkrachting door Dreverhaven al diens huwelijksaanzoeken geweigerd heeft. Als Katadreuffe in Rotterdam probeert om carrière te maken als advocaat wordt hij op beslissende momenten tegengewerkt door Dreverhaven – die, naar later blijkt, zijn karakter wil stalen. ‘Ik wurg hem voor negen tienden, en dat ene tiende dat ik hem laat, dat kleine beetje asem zal hem grootmaken.’
Maar ‘Karakter’ is meer dan de geschiedenis van een uit de hand gelopen generatieconflict. Een roman van moeder en zoon bijvoorbeeld, want de relatie tussen de trotse Joba (de eerste BOM uit de Nederlandse literatuur, volgens Maarten ’t Hart) en haar koppige zoon is in de roman minstens zo belangrijk. Of een ouderwetse bildungsroman – zoals al gesuggereerd wordt door het van Samuel Taylor Coleridge afkomstige motto dat Bordewijk aan ‘Karakter’ meegaf: ‘A sadder and wiser man / he rose the morrow morn.’ We zien hoe Katadreuffe in armoede opgroeit en, ondanks alle rampen die hem treffen, slaagt als advocaat; we zien ook hoe hij uiteindelijk uit de schaduw van zijn vader treedt en we zien hoe Katadreuffe uiteindelijk even ongelukkig is als de andere personages.
‘Van mijn romans meen ik het volgende te mogen zeggen,’ schreef Bordewijk in 1938. ‘Een ondeugd of de overdrijving van een deugd voert uiteindelijk naar de ondergang,’ In ‘Bint’ is dat de zucht naar tucht van de rector. In ‘Karakter’ hebben alle drie de hoofdpersonen wel een ‘fatal flaw’. Joba is zó ambitieus dat hij zichzelf de kans op gewoon geluk (met een secretaresse op zijn eerste kantoor) ontneemt. Hij kan wel het leven, maar niet de liefde aan.
Geschreven en verschenen vóór het Duitse bombardement van 14 mei 1940 is ‘Karakter’ bovendien de levendigste literaire herinnering aan ‘Rotterdam eer de Fielt hem het hart uit de bast sneed’ – om een fameuze typering van Bordewijk te citeren. De minutieuze beschrijvingen van de duistere buurten en stegen waar de personages ronddolen, geven het tragische verhaal van Jacob en Joba een extra omineuze lading. Over ‘Ulysses’ van James Joyce werd wel eens gezegd dat het zó getrouw Dublin beschrijft dat je de stad na een totale verwoesting met de roman in de hand had kunnen opbouwen. Het laatste kon ook gelden voor het meesterwerk van F. Bordewijk. Maar Rotterdam werd écht verwoest, en de wederopbouwers van na de oorlog hebben hun kans jammerlijk gemist.’
Al jaar en dag prijs ik mij gelukkig dat ik op een aantal kabelkranten, websites en radiostations in de wijde regio van Dordrecht, dus ook via de website van de st. CRP, lezers en luisteraars verslag mag doen van mijn culturele belevenissen. Ooit had ik bij mijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht Kunstgeschiedenis als bijvak en nu vind ik het heerlijk in mijn ‘nadagen’ de toen opgedane kennis te activeren in mijn teksten over literatuur, tentoonstellingen, film, musical, musea en andere cultuurmanifestaties. Niet dat ik echte recensies debiteer, want het gaat mij enkel en alleen om het vestigen van de aandacht op artistieke producten die ik gelezen, gezien, beleefd of doorleefd heb, die ik goed vind en die op de dagen na publicatie meteen door iedereen te genieten zijn.


