Kastanjelaan
Hoe vaak heb ik hier niet gestaan
of languit in het zachte gras gelegen
soms ook met jou, wat was ik dan verlegen
de lucht leek op een blauwe oceaan
waar witte wolken sierlijk overdreven
vaak zagen we, als we wat langer bleven
de zon in zeven sloten ondergaan
Kastanjelaan Kastanjelaan
Maar ja, toe ben ik weggegaan
wist niet hoe snel ik in de bus moest springen
om weg te wezen van die dorpse dingen
en in de grote stad mijn slag te slaan
na jaren kwamen de herinneringen
ongevraagd en zonder reden binnendringen
en wezen mij het land van vroeger aan
Kastanjelaan Kastanjelaan
Nu heet het hier Kastanjelaan
van wat er was, is er niet veel gebleven
ik sta hier weer, al is het maar voor even
en denk aan wat ik sindsdien heb gedaan
misschien kom ik je ooit weer tegen
verdwaal jij ook op al die nieuwe wegen
vergeef je me, dat ik je toen heb laten staan
Kastanjelaan Kastanjelaan
Volgende gedicht
Terug naar start


