Gedichtenwedstrijd 2011
|
Het thema van de Gedichtenwedstrijd 2011 was "Beweging". De prijsuitreiking vond plaats op 25 mei 2011.
Hieronder volgen foto's van de juryvoorzitter en de winnaars (Sanna Beenhakker was helaas afwezig), het juryrapport en de zes winnende gedichten.
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Foto's: Hans Hulswit | |
|
Juryrapport Namens medejuryleden Frans Spaanstra en Hans Verzijl mag ik u verslag doen van de bevindingen van de jury die de gedichten ingezonden in het kader van het thema 'Beweging’ als eerste mocht lezen en vervolgens moest beoordelen. Evenals de vorige jaren kan ik mijn verhaal starten met iets te zeggen over het slijk der aarde: het geld. In de 13e eeuw begon de waarschijnlijke dichter van de legende ‘Beatrijs’, Diederic van Assenenede, zijn Mariamirakel als volgt: 'Van dichten comt mi cleine bate. Die liede raden mi dat ick late ende minen sin niet en vertare.' Dus met 'Het maken van gedichten levert me weinig op. De mensen adviseren mij ermee op te houden en mijn geest niet af te tobben.' De dichter vervolgt dan met de mededeling dat hij ter wille van Maria die en moeder en maagd is gebleven toch een schoon wonder gaat beschrijven. Welk mirakel? Maria daalt uit de hemel neer om de voor haar minnaar uit het klooster weggelopen non Beatrijs te vervangen. En dan zo dat de abdis en haar metgezellen het niet in de gaten hebben. Nu zoveel eeuwen later kunnen wij hier in de bibliotheek tegen elkaar zeggen dat het maken van poëzie materieel gewin oplevert, want over enkele minuten zullen irisbonnen met een totale waarde van € 180 door niemand minder dan de voorzitter sectie Letteren van de stichting Culturele Raad Papendrecht, Frans Spaanstra, aan de zes makers van de uitverkoren gedichten overhandigd worden. Heel opvallend maar tegelijkertijd voor de hand liggend is, dat veel van de 36 ingezonden gedichten met als thema ‘Beweging’ over de liefde gaan, de liefde die af en toe aanwezig maar ook opvallend vaak afwezig is. De presentie van de liefde en de absentie van de liefde doet wat met de mensen. En dat is al heel lang zo, zo lang als de Nederlandse dichtkunst bestaat en dat is al negen eeuwen. Begin 12e eeuw probeerde immers een Vlaamse monnik in de Engelse abdij van Rochester zijn ganzenveer uit. Hij schreef op het schutblad van een boek in het Latijn dichtregels in zijn moedertaal. 'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu'. De verliefde broeder schreef aan zijn min: 'Hebben alle vogels nesten begonnen (te bouwen) behalve ik en jij waarop wachten wij nu'. Het is toch opmerkelijk en veelzeggend dat de oudste literaire regels in het Nederlands gaan over de liefde, die de mensen in beweging brengt, hen verandert, hen uit evenwicht brengt, hen doet verlangen naar evenwicht. De geschiedenis van onze literatuur begint dus met een loflied op Amor. En dat is al die eeuwen daarna doorgegaan, die amoureuze dichtkunst. Zo dichtte Jan Moritoen in de 14e eeuw 'Egidius, waer bestu bleven?' en een van de verzen daaruit is ‘Mi lanct na di, gheselle mijn; Du coors die doot, du liets mi tleven’, schreef P. C. Hooft in de 17e eeuw 'Geswinde grijsart': ‘Mijn lief sint ick u mis verdrijve ’jck met mishaeghen De schoorvoetighe Tijdt, en tob de lange daeghen’ , Willem Kloos maakte in de 19e eeuw het sonnet 'Ik ween om bloemen in den knop gebroken' met o.a. de verzen ‘Ik ween om liefde die niet is ontloken En om mijn harte dat niet werd verstaan’, in de 20ste eeuw bracht M. Vasalis ‘De idioot in het bad’ met ‘En elke week is hem het lot beschoren opnieuw een bange idioot te zijn gebleven’, in dezelfde eeuw creëerde Jan Eijkelboom ‘Egidius’ met ‘Maar nu je dood bent mis ik je, altijd. Misschien omdat de mooglijkheid je ooit terug te zien ontbreekt’, en in onze eigen 21ste eeuw, vanavond op uitnodiging van de sectie Letteren, komen zes rijk getalenteerde dichters met hun gedicht. Niet alle 36 gedichten vallen in de prijzen. Doorgaans om de doodeenvoudige reden dat de klanken van een reeks poëtische vruchten niet tot de oren van de drie juryleden doorklonken. Aan deze gedichten zal, naar het zich laat aanzien, helaas niet een openbaar leven beschoren zijn. Wel was het een onverdeeld en groot genoegen de gedichten te lezen, die van heinde (uit Alblasserdam en Papendrecht) en verre (Veenendaal en Zoetermeer) kwamen. Vele versregels bleven in ons hangen, of beter nog: in ons rondzingen. Zo verblijven in mijn gemoed uit binnengekomen gedichten versregels als: ‘Zij stond verstild en of: ‘Net als mijn klok word ik zelf ook oud of: ‘Langzaam opende zij haar hand of: ‘de zon zakt verdrietig weg’ Van Gerard M. den Toonder of: ‘Mensen fietsen met een zomerjas, of: ‘Kwetsbaar oud en klein De winnende gedichten nu. Ik begin met de drie jongelui uit de categorie onder de negentien. Op de derde plaats is geëindigd Joanne de Wit uit Papendrecht met het gedicht ‘Beweging’. Joanne liet zich inspireren door de gunstige invloed die bewegen op de gezondheid van lichaam en geest heeft. Plaats twee is voor Sophie van de Haterd van elf lentes. In haar gedicht ‘Kapot’ legt zij de nadruk op het einde van een beweging. Het beste gedicht dit jaar in de categorie tot en met 18 is volgens de jury van Sanna Beenhakker van veertien jaar. Sanna is een talent dat we mogen en willen koesteren. Zij schrijft in haar brok poëzie ‘Tijd’ bloedmooie regels zoals: ‘Tijd beweegt Alleen vooruit Ik kan terug kijken Maar moet vooruit leven’. Nu de categorie volwassenen. Bianca Nederlof veroverde een derde plaats met haar naar vorm en inhoud spetterend gedicht ‘Massa”. Haar woorden vol van beweging buitelen over elkaar heen. Alie Kwakernaat-Tammenga is dit jaar als tweede gefinisht en twee jaar terug, in de editie van 2009, deed zij dat op de derde plaats. Dus wie weet volgend jaar. Alies gedicht heet ‘Tijd’ en tussen beginvers ‘Rustig tikt de klok’ en eindvers ‘Rustig tikt de klok’ liggen welgekozen woorden. En dan de winnares. Als ik zeg dat zij al heel wat keren op Papendrechtse bodem met haar pennenvruchten in de prijzen viel, zo in 2010 met een tweede plaats en in het jaar daarvoor met de eerste plaats, dan heb ik het over Angela van der Sluis. Zij veroverde dit keer de lauwerkrans met haar gedicht ‘Coma’, dat mooie woorden en zinnen bevat als ‘ Het herhaaldelijk kloppen van mijn hart, als een trommel in de duisternis’ en ‘Het ruisen van mijn ademtochten als een zomerbriesje in het riet’. Angela, jouw ‘Coma’ is een streling voor oor en gemoed. Beste mensen, de jury was en is onder de indruk en in de bekoring van de ingezonden gedichten. De kwaliteit was vaak hoog. Het thema 'Beweging’ is een bron van inspiratie gebleken. Hopelijk gaan de zes makers van de door ons uitverkoren gedichten een lang leven tegemoet. En de andere vijftien deelnemers ook, want … wie schrijft die blijft. |
|
|
In de categorie tot 19 jaar gingen de prijzen naar Bewegen is gezond, Zit je in een dip? Een ding is zeker: Ik wil je zeggen, Luister nu naar mij: Sophie van de Haterd, 2e prijs Dan zou ik kunnen lachen Tijd beweegt en ik beweeg mee Tijd gaat vooruit. In de kern, immense kracht Explosie roteren, schuiven, rollen Heel Om ons heen, materie, macht Uitbarsting pulseren, schokken, golven Fragiel Zijn Alie Kwakernaat-Tammenga, 2e prijs Rustig tikt de klok Soms staat hij voor het raam Hij zit en leest wat Rustig tikt de klok. Angela van der Sluis, 1e prijs De eindeloze golfbeweging van mijn geest, |
|








