Gedichtenwedstrijd 2010
|
Het thema van de Gedichtenwedstrijd 2010 was "evenwicht". De prijsuitreiking vond plaats op 24 maart 2010.
Hieronder volgen foto's`van de winnaars (Abegail Straal was helaas afwezig), het juryrapport en de zeven winnende gedichten.
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Foto's: Hans Hulswit | |
|
Juryrapport Gedichtenwedstrijd georganiseerd door sectie Letteren van de Culturele Raad Papendrecht en opgesteld en voorgelezen door juryvoorzitter Piet Kaptein op 24 maart 2010. Waarde minnaars van de muze der poëtica. Namens medejuryleden Frans Spaanstra en Hans Verzijl mag ik u verslag doen van de bevindingen van de jury die de gedichten ingezonden in het kader van het thema 'Evenwicht’ als eerste mocht lezen en vervolgens moest beoordelen. Evenals de vorige jaren kan ik mijn verhaal starten met iets te zeggen over het slijk der aarde, het geld. In de 13e eeuw begon de waarschijnlijke dichter van de legende ‘Beatrijs’, Diederic van Assenenede, zijn Mariamirakel als volgt: 'Van dichten comt mi cleine bate. Die liede raden mi dat ick late ende minen sin niet en vertare.' Dus met 'Het maken van gedichten levert me weinig op. De mensen adviseren mij ermee op te houden en mijn geest niet af te tobben.' De dichter vervolgt dan met de mededeling dat hij ter wille van Maria die èn moeder én maagd is gebleven toch een schoon wonder gaat beschrijven. Welk mirakel? Maria daalt uit de hemel neer om de uit het klooster weggelopen non Beatrijs te vervangen, en dan zo dat niemand het in de gaten heeft. Nu zoveel eeuwen later kunnen wij hier in de bibliotheek tegen elkaar zeggen dat het maken van poëzie materieel gewin oplevert, want over enkele minuten zullen boekenbonnen met een totale waarde van 180 euro door niemand minder dan de voorzitter sectie Letteren van de Culturele Raad Papendrecht Frans Spaanstra aan de zeven makers van de uitverkoren gedichten overhandigd worden. Heel opvallend maar tegelijkertijd voor de hand liggend is, dat veel van de veertig ingezonden gedichten met als thema ‘Evenwicht’ over de liefde gaan, de liefde die die af en toe aanwezig maar ook opvallend vaak afwezig is. De presentie van de liefde en de absentie van de liefde doet wat met de mensen. En dat is al heel lang zo, zo lang als de Nederlandse dichtkunst bestaat en dat is al negen eeuwen. Begin 12e eeuw probeerde immers een Vlaamse monnik in de Engelse abdij van Rochester zijn ganzenveer uit. Hij schreef op het schutblad van een boek in het Latijn dichtregels in zijn moedertaal. 'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu'. De verliefde broeder schreef aan zijn min: 'Hebben alle vogels nesten begonnen (te bouwen) behalve ik en jij waarop wachten wij nu'. Het is toch opmerkelijk en veelzeggend dat de oudste literaire regels in het Nederlands gaan over de liefde, die de mensen in beweging brengt, hen verandert, hen uit evenwicht brengt, hen doet verlangen naar evenwicht. De geschiedenis van onze literatuur begint dus met een loflied op Amor. En dat is al die eeuwen daarna doorgegaan, die amoureuze dichtkunst. Zo dichtte Jan Moritoen in de 14e eeuw 'Egidius, waer bestu bleven?' en een van de verzen daaruit is ‘Mi lanct na di, gheselle mijn; Du coors die doot, du liets mi tleven’, P. C. Hooft in de 17e eeuw 'Geswinde grijsart': ‘Mijn lief sint ick u mis verdrijve’ jck met mishaeghen De schoorvoetighe Tijdt, en tob de lange daeghen’ , Willem Kloos in de 19e eeuw het sonnet 'Ik ween om bloemen in den knop gebroken' met o.a. de verzen ‘Ik ween om liefde die niet is ontloken En om mijn harte dat niet werd verstaan’, in de 20ste eeuw M. Vasalis ‘De idioot in het bad’ met ‘En elke week is hem het lot beschoren opnieuw een bange idioot te zijn gebleven’, in dezelfde eeuw Jan Eijkelboom zijn ‘Egidius’ met ‘Maar nu je dood bent mis ik je, altijd. Misschien omdat de mooglijkheid je ooit terug te zien ontbreekt’, en in onze eigen 21ste eeuw, op uitnodiging van de sectie Letteren, rijk getalenteerde dichters , van 10 tot 80 jaar, met maar liefst zeven gedichten. U zult ze zo gaan horen, maar eerst nog dit. Een paar weken terug stapte ik bij de Kuip in Rotterdam – Zuid in tram 23, maar niet voordat ik buiten op de wagons een regel van stadsdichter Jana Beranová tot mij genomen had: ‘Wie een brug legt naar een ander kan altijd heen en terug’. Naar vorm en naar inhoud een beauty, want het gaat om dagelijkse woorden die een rijke boodschap hebben, waaraan elke lezer een eigen lading kan geven. Ware poëzie kan je op andere gedachten brengen, je horizon verleggen, je ontroeren, je blij maken, en zo kan ik nog wel even doorgaan. In ieder geval doet een goed gedicht wat met je. Overigens: tot half april staat het vers op de tram. Een oud en waar gezegde is ‘wie schrijft die blijft’. Vorige zomer ging de bevlogen, vroegere secretaris van de Culturele Raad Papendrecht, Marjo van den Biggelaar, van ons heen. Marjo hield van de dichtkunst en voegde eigen verzen eraan toe. Zo ook ‘Eindelijk lente’: ‘in de tuin staat de esdoorn op de bank zit ik in de zon heerlijk schijnt dat te smaken De vrouw die zo van het leven hield en zo vroeg afscheid ervan moest nemen, leeft in haar verzen voort. Alleen dat beeld al van die boom die Marjo aan de schilder Mondriaan deed denken: onuitwisbaar en onvergetelijk. Rutger Kopland dichtte ‘Jonge sla’ in 1970: ‘Alles kan ik verdragen, het verdorren van bonen, stervende bloemen, het hoekje aardappelen, kan ik met droge ogen zien rooien, daar ben ik werkelijk hard in. Maar jonge sla in september, net geplant, slap nog, in vochtige bedjes, nee.’ Kopland keek om zich heen, werd ontroerd door de onschuld van de jeugd en vond daarvoor deze woorden. Dichten is de woorden oprapen. Niet alle veertig gedichten vallen in de prijzen. Doorgaans om de doodeenvoudige reden dat de klanken van een reeks poëtische vruchten niet tot de oren van de drie juryleden doorklonken. Deze gedichten zal, naar het zich laat aanzien, helaas niet een lang openbaar leven beschoren zijn. Wel was het een onverdeeld en groot genoegen de gedichten te lezen, die van heinde (Papendrecht en Alblasserdam) en verre (Smilde en Tilburg) kwamen. Vele versregels bleven in ons hangen, of beter nog: in ons rondzingen. Zo verblijven in mijn gemoed uit binnengekomen gedichten versregels als: ‘Een bij op de rand van een honingraat of ‘Hoe dans je op een koord Hoe vaak zit je op de kast of ‘Je hoeft geen sterke eik te zijn... of ‘Er was eens een burgemeester in Maastricht Op de derde plaats is geëindigd Jasper Rietveld uit Papendrecht. Jasper liet zich inspireren door een wip in de speeltuin die ons bepaalt bij het evenwicht tussen tien kilo lood en tien kilo veren. Hoort u maar. Plaats twee is voor Abegail Straal uit Papendrecht. In haar gedicht verwondert zij zich over het wonder van evenwicht waarbij in figuurlijke zin de krachten links en rechts elkaar opheffen. Het beste gedicht dit jaar van de categorie tot en met 18 is van Eva Romijn. Eva is een talent dat we mogen en willen koesteren. Zij schrijft bloedmooie regels zoals: ‘ ‘Je kijkt me aan Nu de categorie volwassenen. De jury kwam tot vier prijzen: twee derde, een tweede en een eerste. De heer Snoek uit Alblasserdam veroverde een derde plaats met een ‘dichterlijke uitspatting’ zoals hij zijn tanka noemt, dat voor een Japanse dichtvorm staat. Het geestige en nostalgische gedicht met de titel ‘Evenwicht’ zou ik tekort doen door een paar van de vijf regels te citeren. Dus heer Snoek …. De heer van der Rhee uit Oud Alblas is de schepper van het gedicht ‘Kunstwerk’. Hij zond het gedicht in met een geschreven motivatie. Ik kan hem niet evenaren dus winnaar van de gedeelde derde prijs wil u het gedicht zeggen en vooraf het inleiden. Let u vooral op de eerste twee verzen: ‘In de kringloop van het leven Vind je nooit perfecte vorm’. Angela van der Sluis uit Utrecht is dit jaar als tweede gefinisht. Waarom ik ‘dit jaar’ zeg? Zij is twee jaar achtereen als eerste geëindigd! Haar gedicht ‘Thuis’ is een schoonheid. Vooral door de toegankelijkheid, de tederheid, de directheid en de structuur ervan. Regels van haar als ‘Thuis is waar je dromen leven en je geheimen veilig zijn’ kwamen bij ons goed over. Angela wil jij ‘Thuis’ lezen maar eerst zeggen hoe jij het thema ‘eenzaamheid’ erin verwerkt hebt? De eerste plaats is voor Paul Ritchi uit Papendrecht en dat vanwege zijn naar ons oordeel sublieme sonnet ‘Losse handen’. Zijn veertien verzen gaaf geordend over octaaf en sextet vormen naar vorm en naar inhoud een beauty. Er staat geen woord te veel in. Paul verstaat de kunst van het weglaten. Let u vooral op de overeenkomst tussen de professionele acrobaat de koorddanser in de lucht en de parmantige peuter die op de straat onbekommerd naar zijn grenzen zoekt. Paul heeft het over zijn kleinzoon van pas twee. Voor mij heel herkenbaar want onze kleindochter Fien van dik twee verkent ook op haar manier de wereld. Paul graag jij met jouw gedicht. Beste mensen, de jury was en is onder de indruk en in de bekoring van de ingezonden gedichten. De kwaliteit was vaak hoog. Het thema 'Evenwicht’ is een bron van inspiratie gebleken. Hopelijk gaan de zeven makers van de door ons geselecteerde gedichten een lang leven, ook als dichter, tegemoet. En de andere 23 deelnemers mogen dat ook, want wie dicht die blijft bezig. Dag mensen. |
|
| Categorie tot 19 jaar | |
| 3e Prijs: Jasper Rietveld | |
|
‘k geef een raadsel. Stel je voor je hebt een wip; |
|
| 2e Prijs: Abegail Straal | |
|
Evenwicht Breed beschouwend |
|
|
1e Prijs: Eva Romijn |
|
|
Evenwicht Als met evenwicht ben ik gevallen Je wilt me wat zeggen Ik ben weer op mijn doel gericht |
|
| Categorie volwassenen | |
| 3e Prijs: Cor Snoek | |
|
Evenwicht Haar buggy stopt kwiek; |
|
| 3e Prijs: Ad van der Rhee | |
|
Kunstwerk In de kringloop van het leven, Dan is een cirkel zelden rond, Het mooie van d’onzuivr’re regelmaat |
|
| 2e Prijs: Angela van der Sluis | |
|
Thuis Thuis is niet waar ze je kennen, Waar men van je houdt Thuis is waar je tranen zichtbaar zijn Thuis is waar je dromen leven Thuis is waar je hoort, |
|
| 1e Prijs: Paul Ritchi | |
|
Losse handen Hun lopen is een kalme dans En ook mijn kleinzoon stapt nu al En met z’n tong tussen de tanden |
|








